Els Moors

Mijn talent voor zorgelijkheid is slecht ontwikkeld. Het heeft een aan- en uit- knop, en verder niets er tussenin. Meestal voelt dat niet aan als een gebrek, al mis ik misschien net hierdoor een diep en genuanceerd zielenleven.

In de auto op weg naar de luchthaven besef ik dat minstens een tussenschakel van nut zou kunnen zijn: Raketman in de lucht? De jongen is onbedwingbaar nieuwsgierig, hij gaat die andere passagiers – op weg naar hun overwinteringsnest – en het al moe getergde cabinepersoneel de duvel aandoen. Grote kans dat we niet eens meer mee terug mogen.

Eigenlijk is hij, net geen achtien maanden, te jong om vijf uur in een vliegtuig te zitten, te jong ook voor het hotelleven waarnaar we op weg zijn – maar de enige plek waar de zon nu schijnt en ze hem willen ontvangen blijkt een all-inclusive op de Canarische eilanden. De zomer was somber en kil, de herfst traag en ja, we verdienen het, deze ontsnappingspoging.

De wereld gaat ondertussen in snel tempo om zeep, maar dat is voor ons een reden te meer om nu te gaan, niet te wachten – straks kan het misschien niet meer, zijn die eilanden verzwolgen, de vliegtuigen definitief aan de grond geketend, en alle passen en qr-codes ongeldig. Het is misschien de laatste decadent toeristische vakantie van de kinderen, nu al.

’s Avonds, Raketman en Vosje slapen, uitgeput van de lange dag waarin ze wonderlijk flink zijn geweest – waarom heb ik zelfs een aan- en uit- knop, zorgen zijn nergens voor nodig, alles komt goed – drinken we op ons terras nog een Jack Daniels, on the rocks. Zit in de all inclusive. Er is beter in de bar, als privilege klant drink je Glenfiddich.

Dat ontdek ik ter plaatse, dat er nog een overtreffende trap is van all inclusive, met een gereserveerd eilandje in het midden van het zwembad, en zonder armbandje lijkt het wel – alle personeel getraind om deze klanten op het gezicht te herkennen.

Wat een heerlijk business model! Helemaal op maat van een boomer als ik. We leven alsof de hele wereld ons toebehoort, all inclusive, en tolereren een grote ongelijkheid zodat we kunnen geloven dat ook wij misschien wel tot de happy few behoren, maar niet tot de echt rijken, de echt gepriviligeerden. Het helpt ons gevoel van onschuld flink vooruit, en in de kast thuis staan betere flessen dan Glenfiddich, toch?

Aan het zwembad, de volgende dag, probeer ik vergeefs de verloren momenten – en die zijn er veel, terwijl Vosje in het water spettert en Raketman even stil zit vooraleer hij weer de wachtrij aan de bar gaat charmeren – aaneen te rijgen tot een tijdsblok dat toelaat om een pagina te lezen, of, dat is soms makkelijker, een zin te schrijven. Ik word dwingend aangezet tot genieten, van de zon, de luxe, de vrije tijd, het niets doen, om even alles los te laten en er helemaal te zijn, in het nu.

Dat lukt me al heel mijn leven nauwelijks op vakantie, vandaar dat ik allicht verkies om te gaan kamperen, waar je de taken nodig om jezelf in leven te houden uitsmeert over de hele dag, en leven en nuttigheid helemaal mogen samenvallen, in slow motion. Het tegenovergestelde van een all inclusive, bedenk ik, terwijl ik aanschuif voor een Ricard.

In het diepst van mijn hart ben ik een strenge protestant – ik houd twee vingers dicht bij elkaar, om de barman duidelijk te maken dat ik maar een klein beetje water hoef – dat kan bijna niet anders, zie hoe deze luxe me met weerstand opzadelt, de overdadige buffetten die leiden tot overvolle borden die nauwelijks aangevreten alweer in de vuilbakken verdwijnen.

Gelukkig houdt Raketman van eten, en blijft hij lang genoeg in zijn babystoeltje zitten om ons drie gangen en een fles wijn te gunnen. Vosje verzamelt ondertussen ijsjes en bewonderende, dan wel geërgerde blikken van grootmoeders die hun kleinkinderen missen.

Je treft bijna nergens kinderen aan die gewoon om zichzelf mogen bestaan, en ouders die hun kinderen en zichzelf gewoon laten zijn voor wat ze zijn. Nee, overal zie je dat krampachtige over en weer geschreeuw en gegil en gepaai. Ben ik niet lief? is dit leven niet mooi, en heb ik niet een ontzettend geluk dat ik zo’n mooi kind heb als jij, en dan die ouders die zelf beginnen te infantiliseren, en elkaar betuttelend aanspreken.

Els Moors, Mijn nachten met Spinoza

Achteraf is het weer tijd voor Jack Daniels, puur deze keer, dat is toch lekkerder. We vragen ons af in wat voor wereld onze kinderen als volwassenen zullen leven, hoe boos ze zullen zijn, en op wie precies. En of dat nog iets zal uitmaken, voor hen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s