Gebrek nr 10: de kunst van een groots leven


Het regent.

Het weerbericht als binnenkomer is ouderwets, ik weet het. Maar excuus, het regent echt hard op deze doordeweekse dag en het schrijven aan mijn roman stelt me voor grote problemen.

Zoals. Mijn mannelijk hoofdpersonage krijgt het in zijn hoofd om een tattoo te laten plaatsen. Op een pijnlijke plek bovendien, zo schijnt het, waar tussen vel en bot maar weinig vlees zit.

En dan vraag ik me af, terwijl ik door het raam naar die neergutsende regen sta te kijken, moet ik dan ook geen tattoo? Hoe kan ik me anders inleven? Een man met een tattoo is ten minste bereikbaar, wat ik van mijn andere personages – een vrouw, een wanstaltig dikke man, een Franse Hugenoot, een Zwitsers architect – niet kan zeggen.

En ik zucht en ik heb honger en er is geen eten in huis, en ik weet het, de woorden wanstaltig en dik zijn samen fatshaming en dat Frans en Zwitsers gedoe neigt naar cultural appropriation – blijkbaar ben ik zelfs daarin te laf om het wat verder te zoeken, en het regent echt veel te hard om buiten een broodje te halen. En dan zwijg ik nog over de vrouw, die het zelfs in deze summiere opsomming zonder adjectief moet stellen, mysogien als ik ben.

Een witte oude man die wanhopig probeert een witte oude mannen roman te schrijven.

Op jonge leeftijd heb ik het al eens verpest door een baan in de informatica te verkiezen boven mijn literaire ambities. Er was nochtans een manuscript met een koekoeksklok en een man in een trein – verder weet ik alleen nog dat het erg goed was, en sindsdien spoorloos.

Maar later, veel later, verbrandde ik al mijn bruggen, nam een grote hap stadslucht, en zette me in de startblokken voor een alsnog groots leven. Hemingway. Carson McCullers. Leonard Ilya Pfeiffer desnoods. Seks! Drugs! Rock ‘n’ Roll! Een hoestbui. En ik hoor niet zo goed, dus dat startschot heb ik gemist.

Ik bleef maar kijken, naar de gevels en de winkeletalages, Perfecta Werkkledij staat er, nog nooit heb ik er iemand zien binnengaan. Volgens Google heet de winkel voluit Dewever-Perfecta, en ik lach om die naam en de associaties met een Vlaams politicus en nomen est omen, en in plaats van over die tattoo na te denken weet ik nu zeker dat deze etalage met zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden koksuniformen en verplegersschorten een plaats moeten krijgen in mijn boek.

Sweet Bird van Herbie Hancock staat op, een en al nuance en subtiele verwijzigingen naar Joni Mitchell. Mijn brein doet zijn best om het ritme te laten rijmen met het zachte tikken van de regen tegen het raam, het is niet eens een fatsoenlijke storm.

Waar ik ook ben, van elk nadeel zie ik het voordeel en in sombere momenten van elk voordeel het nadeel. Ik heb geen talent voor mythes, denk ik dan. Ik houd van het kleine. Van dat ene gesprek. Van een baby in mijn armen. Van een zachte, gefluisterde aanraking.

En ook: ik houd niet van pijn.

Ik haal toch maar een broodje, bij La Sardine du Marseillais, veruit de beste broodjeszaak van Brussel, en de meisjes daar hebben allemaal tattoo’s. Ik kijk straks wel even op Pinterest. Er is ongetwijfeld een gek die precies de tattoo heeft die mijn hoofdpersonage zo graag wil.

3 gedachtes over “Gebrek nr 10: de kunst van een groots leven

  1. Ik herinner me een dag dat’k terugkwam van Zee en in de trein een manuscript vond, het ging over een koekoeksklok en wat nog allemaal. Eens kijken of ik dat nog heb liggen. De notities van gisteren zijn de boeken van morgen. Of is het allemaal façade, zoals die werkkledijwinkel die z’n geld verdient met ’n handeltje in de haven?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s