Raketman


tekening door Ema Tudose, http://www.ematudose.org

Maandag, 25 mei

Alles hier is nieuw.

Het bed waarin mijn partner slaapt, de zetel waarin ik heb gedut, de stoel waarop ik nu zit, de baby die in mijn armen slaapt.

Raketman, zo zal ik hem hier noemen. Een jongen die ver zal reizen, we hebben grote en naïeve verwachtingen voor hem, zoals alle ouders.

Hij slaapt. Dat doet hij erg veel, maar dat is ok, voorlopig gaan we nergens heen, en het geeft me de kans om hem goed te bekijken. Het is een mooie jongen. Ik weet nog niet dat ik minder dan een week later, in een andere stoel, op een andere plek in hetzelfde gebouwencomplex, opnieuw naar hem zal kijken.

Nu geniet ik. Alles is rustig. De bevalling was een heerlijke gebeurtenis (pijnlijk en met bloed en verrassende wendingen, zoals dat gaat, maar toch ook heerlijk, zegt mijn partner), nog een dag en we mogen naar huis en ik kijk rond me, de wereld aan onze voeten. De twee helften van de gordijnen in de kamer zijn niet even lang. Een klein foutje, ik lach er even mee, misschien heeft een ziekenhuis daar redenen voor, of was de stof op, we liggen aan het eind van de gang.

Ik hou van kleine fouten, van een beetje morsig leven, van kraken en kreunen. De jongen in mijn armen is een beetje geblutst tijdens de geboorte, hij heeft een waterbuiltje omdat hij even, vlak voor het ultieme moment, aarzelde om ter wereld te komen. Ik druk er een kusje op.

Ik sluit mijn ogen, concentreer me op mijn ademhaling en hoe die van Raketman daarop reageert, hoe we samen zijn, in volle beweging en volmaakte rust.

Zaterdag, 30 mei

Vijf dagen later wandel ik met een zak vol spullen naar de ingang van het ziekenhuis. Het zijn nog steeds Corona tijden, en ik geef ze af aan een bewakingsagent, die het kinderziekenhuis belt, en dan moeten we hopen dat alles ter plekke komt.

Raketman is hier terug, samen met zijn mama. Ergens in zijn slaap hield hij er even mee op. We weten niet met wat precies, hij reageerde minuten nergens op en wij panikeerden en daarna waren er dokters en een ambulance en nu zijn we hier. Ik mag er nog niet bij, de jongen moet eerst worden getest op Covid-19.

Het is een zomerse zaterdagavond, ik heb vertrouwen in de bewakingsagent en wandel buitenom naar het kinderziekenhuis. Ze hebben een kamer op het gelijkvloers, mijn ambitie is beperkt maar vastberaden: ik zal zwaaien voor het raam, kijken hoe de draadjes van de sensoren vrolijk tussen zijn benen bengelen.

De weg is hobbelig, aan elk groot ziekenhuis wordt permanent verbouwd, alsof het zelf een patiënt is waarop steeds nieuwe behandelingen worden getest. Ik slalom tussen twee werfzones door naar de achterzijde van het ziekenhuis. Een grasveld, een kapotte picknicktafel.

Ze zien er gelukkig uit, achter dat raam, Raketman en zijn mama. Dat is omdat ik ze niet hoor, weet ik, en de zon tranen doet verdampen. Op de weg terug naar de parking passeer ik een eenzame auto, ramen open. Op de achterbank koesteren twee mensen een geheime liefde. Het komt goed, fluister ik tegen mezelf. Alles komt goed.

Zondag, 31 mei, ochtend

Vosje fietst.

Zonder zijwieltjes, hij heeft van de lockdown geprofiteerd om een aantal grenzen te verleggen. Groentjes eten, bijvoorbeeld. En fietsen zonder zijwieltjes dus. We zijn op weg naar een speeltuintje met een deathride, daar heeft hij nog nooit op gedurfd, maar straks wel.

Het is zomer en alles is rustig en perfect, en ik hou een beetje van krakend leven, ik weet het, maar Raketman met zijn mama in het ziekenhuis, nee, zo bedoelde ik het niet.

De nacht bracht geen nieuws, straks ben ik bij hen, ik kijk hoe Vosje van me wegfietst en op de hoek van de straat zijn remmen dichttrekt, voeten op de grond.

Zondag 31 mei, namiddag

Het kamertje in het kinderziekenhuis moet op deze zomerse Pinksterdag één van de stilste plekken zijn in België. Er zijn geen zieke kinderen meer, het tandheelkundig instituut verderop is gesloten, het grasveld met de kapotte picknickbank is leeg.

Al wat ik hoor is de ademhaling van mijn partner die even probeert te dutten, en af en toe een beepje van de monitor, die last heeft van een systeemfout.

Raketman leunt tegen mijn opgetrokken bovenbenen, hij heeft net gegeten. Ik kijk naar hem, in het besef dat dit het kan zijn, in het allerslechtste geval houdt hij er straks nog eens een keer mee op. Definitief.

Hij trekt zijn rechterwenkbrauw hoog op in een tevergeefse poging alvast dat oog open te krijgen. Ik streel hem over de buik, net onder het stompje van de navelstreng en tussen de draadjes door. Hij boert een onderdrukt hikje op. Even opent hij zijn ogen. Blauw, voorlopig, zo’n baby is niet af wanneer hij geboren wordt.

We onderhandelen in stilte, maar hij wil niets toezeggen, ik smeek hem niet weg te gaan, beloof hem tegen beter weten in een fijn leven in de best mogelijke van alle werelden, beperk me dan tot wat ik wel kan beloven: ik zal je graag zien, jongen.

Hij valt weer in slaap.

Dinsdag, 2 juni

Kinderen wenen, mama’s voeren lange gesprekken in de gang, het kinderziekenhuis trekt zich weer op gang. Vandaag nog de technische testen, en dan zit de periode van observatie er op.

Raketman zit weer boven zijn geboortegewicht. Het heeft hem deugd gedaan, deze dagen. Eten, slapen, dicht bij zijn mama zijn. Er lijkt niets mis met hem, hij glimlacht me zelfs even toe.

Straks gaan we naar huis.

Dat zeggen we tegen mekaar. En alles komt goed, dat zeggen we ook.

Het is ons in de loop van het weekend al duidelijk gemaakt. We gaan nooit weten wat er precies gebeurd is, zaterdag. Wat de ernst ervan was, de kans op herhaling, wat we kunnen doen om het te voorkomen.

Het leven is morsig, zeggen ze ons ’s avonds, wanneer ook de technische testen geen aanwijzingen opleveren. Het kraakt en het kreunt, en dat is voor baby’s nog meer zo. Ze zijn niet af. Hij is nu bijna dubbel zo oud als toen hij hier binnenkwam, het is niet meer dezelfde jongen.

Wij ook niet, denk ik. We zijn bezorgder, dat zeker, en terug in de auto, onderweg naar huis, zeggen we: laat ons dankbaar zijn, dankbaarder dan we ooit zijn geweest, en trots.

Op Raketman, op onszelf, op Vosje die voor het eerst in zijn leven even plaats moest ruimen.

Maar dankbaar, toch vooral dat.

2 gedachtes over “Raketman

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s