Gebrek nr 9: de kunst van het afronden


Alleen wie over een heel scherp gehoor beschikt, kan het horen, zo stel ik me voor. De twee messen van de schaar die tegen elkaar schuren, het strekken van de handpalm om de ogen van de schaar zo ver mogelijk uit elkaar te trekken, en dan zoef, het nazinderende staal en het knappen van de draad. En vlak daarna, met dat beetje vertraging dat verwondering verraadt, de zucht van ontlading in de draad – die zich toch al tijden ongemakkelijk en wat gespannen voelde – die nu geen draad meer is, maar twee draden, met nieuwe, vrolijk opspringende en krullende uiteinden.

Dat is bijzonder. Tot net voor dit moment onderscheidden die uiteinden zich in niets van de rest van de draad, waren ze zich onbewust van hun lot een nieuw begin, een einde te worden. De hand aan de schaar had net zo goed een ander punt kunnen kiezen, achteloos.

Stel je nu voor dat de schaar geen draad, maar een lap doorklieft. Je hoort de rollen stof in het magazijn van de kleermaker zuchten terwijl ze wachten op dit moment van bevrijding. Al die knappende draden, vast in een weefsel, een patroon. Samen hebben ze nog een functie, ze worden straks tafelkleed, gordijn, een slipje. Je zet je schrap.

Maar ook dat hoor ik allemaal niet, ik ben een beetje doof, ik moet een zich aankondigend einde merken aan andere tekenen. Dat het tijd is om te gaan, het feest afgelopen, een feest dat bij nader toezien al een deel van zijn glans heeft verloren, ik ben te moe, te dronken, te arrogant. Iemand moet me op de schouders tikken, een aftelkalender op een bord schrijven, mijn jas al uit de vestiaire halen, de goodie bag klaar voor mij om af te halen.

Precies een jaar geleden hielden we Morgenster, mijn debuutroman, boven de doopvont.

Uiteraard heb ik het toen ook niet gehoord, vol als ik was van mezelf en de dag, maar ook die avond werden er duchtig draden doorgeknipt, en stofjes verscheurd, ook al weet ik nog steeds niet goed welke. Het boek kreeg goede en slechte lezersreacties, bracht mensen samen, kijkend naar het huis waarop het gebouwd is. Net zo goed waren er teleurgestelden, zij die een ander patroon hadden verhoopt.

Maar het boek leeft, volgende maand praat ik er weer eens over, op de hoek van de straat waarin het zich afspeelt. Vreemd genoeg voel ik geen enkele behoefte meer om ook maar één zin aan te passen, toch niet nu, het is afgerond, want er staat een datum in. Wanneer ik tachtig ben en het allemaal zoveel beter kan, ja, dan herschrijf ik het misschien.

Het boek leeft, omdat alles wat doorgeknipt is verder leeft, zich vertakt en vermeerdert, verandert, rot en bloeit. Ik geloof er niet in, in dat zetten van een punt, die onbehoorlijke promotie van een willekeurig moment tot begin en einde. Je laat niets achter je, het gaat door, je neemt het mee, de draad rond je vinger, de tijd blijkt altijd weer een naald te zijn, een verbinder. En blik je terug, dan zie je een eindeloze reep stof, oneindig als de zee, met golven die komen en gaan, altijd hetzelfde water, gevoed door dezelfde rivieren, dezelfde regen, dezelfde storm.

Knippen is niets voor mij.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s