David McComb


Mijn lief is verliefd op iemand anders. Ik ben een wrak, kan nu niet praten.

De boodschap staat op Messenger, het is het antwoord op mijn uitnodiging voor een terrasje in de namiddag. Het is een zondagse lenteochtend, en ik sta stil op een lege A12. Links van me rijpt Duvel, rechts doet Vosje zijn ochtenddutje. Oei. Meer krijg ik niet getikt voor de lichten op groen springen.

Het is wat, de liefde. Net wanneer je denkt dat het zeker is, echt voor altijd deze keer, nooit meer twijfelen, nooit meer zoeken, blijkt het toch weer anders. Ik geef gas, ik heb een nieuwe auto en probeer hoe snel hij optrekt. Het geluid is fantastisch, en ik lach met mezelf, dat ik daar zo kinderlijk blij mee ben.

Vosje is het allergelukkigst wanneer hij zijn ouders samen ziet. Dat willen we toch graag geloven, maar deze zondag is voor Vosje en mij. Stil kunnen we niet zitten, daarvoor zijn we allebei te rusteloos. We trekken naar de bakker, en in de namiddag wandelen we door de Kloosterstraat. We bladeren door een boek met de inventaris van de correspondentie van Peter Benoit (over geldzaken, vaak), en testen een paar verantwoorde bio- en ecospeeltjes in een kinderwinkel voor de rijkere tweeverdiener. Vosje vindt het maar niks. Een bijna lege fles San Pellegrino (stiekem geven we hem steeds een vollere, daar wordt hij sterk van), en het knisperende geluid van een leeg pak vochtige doekjes, daar speelt hij het liefste mee.

We zoeken schaduw en rust in een fotogallerij, wat achterin. African Queen, heet de tentoonstelling. Plat commerciëel, maar het zijn mooie vrouwen. Naakt meestal. Wat verder vinden we een plaats op het terras van The School of Life. Ik bestel een glas witte wijn, er is geen betere plek om over gewonnen en verloren liefdes na te denken dan hier, in de schaduw van Alain de Botton.

We kiezen voor de pijn die we herkennen, telkens weer, zegt hij. We laten de mensen die echt goed voor ons zouden zijn links liggen. We willen niet geheeld worden, we willen erkenning van ons slachtofferschap. Alleen gebroken harten vinden troost in zo’n miezerige gedachte, en schrijvers van zelfhulpboeken misschien. Wat met de roze wolk van verliefdheid? Bijna onmogelijk om er het evenwicht op te behouden, niet met hoofd weg te zakken tot het mist wordt waarin niets nog duidelijk is, of erger nog, helemaal naar beneden te donderen, waar de wolk zich op jou neerregent en voorgoed verdwijnt.

De lente is nog jong, en het koelt snel af. We wandelen naar huis, en Vosje, uitgeput van het aanstaren van voorbijgangers, valt in slaap. Hij snurkt een beetje, er zit altijd wel wat ruis op zijn luchtwegen. Hij krijgt nog een flesje en een verse pamper, en dan zit onze dag samen er op.

Ik moet nog weg, ’s avonds. Alleen in de auto, onder het laatste schemerlicht, lijken de Vlaamse vlaktes eindeloos uitgestrekt. Dit moet één van de minst gecompliceerde dagen uit mijn leven zijn geweest, en ik ben op wonderbaarlijke wijze gelukkig. Wat zou ik kunnen zeggen tegen het gebroken hart? Hoe maak je van zoiets absoluut, zoiets pikzwart als een definitieve afwijzing, een finale breuk, iets wat je kan afwegen in je hand? Iets waar je naar kan kijken, wat je kan betasten en proeven? Hoe maak je het tot iets wat plek neemt maar geen plek meer is?

Ik zou het niet weten, dit is geen dag voor begrip. Ik zet de muziek luider, mijn eeuwige shuffle weet het altijd beter, de warmte van de bas komt mijn lijf binnen via mijn knie.

There’s someone standing in the rain like they have no place to go
Maybe that someone is you, maybe someone you don’t aim to know
Maybe lost possessions

Maybe stolen property
You just lie around waiting on a signal from heaven
Never had to heal any deep incisIon
Darling you are not moving any mountains
You are not seeing any visions
You are not freeing any people from prison
Just an aphorism for every occasion
As if the only thing that ever matters
is your place at the table
You never read the writing on the label
when you drank from the bottle
it said Keep Away From Children
This is stolen property, this is stolen property

Let her run away
Let her run, let her run away
She can’t hurt you now, can’t hurt you now
She don’t belong any more, learn the hard way
She don’t belong here anymore
Finders keepers, losers weepers
Finders keepers, losers weepers
This is stolen property, this is stolen property

Reach out in the darkness now she’s not there
Reach out it’s getting darker now she’s not there
Reach out it’s getting darker now
She don’t belong anymore, learn this the hard way
She don’t belong here any more
You stumble, sometimes fall
Pick yourself up! Hold yourself up to the light!
Duck your head ! Watch for the blade!
Can’t hurt you now, can’t hurt you now
This is stolen property

David McComb

Ik zet de muziek af. Mijn gezicht is nat, merk ik. Tranen.

Advertenties

3 gedachtes over “David McComb

  1. hé! dat is vreemd. Vorige week hoorde ik deze song op de radio. Al vlug draaide ik het volume op nul. Té mooi, te mooi, te mooi!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s