Martha Nussbaum


‘Kielekielekiele!’ Onmiddellijk gevolgd door ‘één, twee, drie, vier, hoedje van, hoedje van.’ Vosje schatert het uit, terwijl boven hem handen rondjes draaien. Het zijn oude handen, maar dat vindt hij prima. Hij heeft een niet te verklaren voorkeur voor vrolijke, oude dames en ernstige, jonge blondines. Op zijn smaak in mannen valt nog geen peil te trekken, maar sommigen hebben duidelijk een streepje voor.

Met wederkerigheid heeft het niks te maken. Vosjes liefde op het eerste zicht heeft de ander niet nodig, en is absoluut. Wat je zegt maakt niet uit. Misschien is het de geur, denk ik, of de klank van de stem. Wanneer ik met hem alleen ben, durf ik het. Filosofie afwisselen met de grootste onzinverhalen, waarin potten huizen voor groenten worden, en het afwaswater een bron van nieuw leven. Een beetje zoals in Bijgekleurd dus. Want dat weet u als lezer onderhand wel, dat u niets zomaar mag geloven van wat hier staat.

The forces making for both deception and unmasking are various and powerful: the unsurpassed danger, the urgent need for protection and self-sufficiency, the opposite and equal need for joy and communication and connection. Any of these can serve either truth or falsity, as the occasion demands. The difficulty then becomes: how in the midst of this confusion (and delight and pain) do we know what view of ourselves, what parts of ourselves, to trust? Which stories about the condition of the heart are the reliable ones and which the self-deceiving fictions? We find ourselves asking where, in this plurality of discordant voices  is the criterion of truth? 

Martha Nussbaum, Love’s Knowledge: Essays on Philosophy and Literature

Ik lig er een beetje met mezelf over in de knoop. Alternative facts zijn een scheldwoord geworden, en al wie de waarheid een beetje geweld aandoet is een graaier, die met zwaaiende vingers terecht wordt gewezen, cq terecht gesteld. En plots bevind ik me in het onaangename gezelschap van Trump, Wilders, en de al even boze populisten van links.

Stielbedervers.

De waarheid naar je hand zetten doe je alleen als je ten volle beseft dat ze niet bestaat. Er is geen sluitend criterion of truth. Zelfs het citaat van Martha Nussbaum heb ik een beetje naar mijn hand gezet. Simpelweg door de eerste zin weg te laten. De zin die betekenis geeft aan de rest.

We deceive ourselves about love — about who; and how; and when; and whether. We also discover and correct our self-deceptions.

De waarheid is niet iets wat je hebt. Niet iets wat je vindt. Het is iets wat je zoekt.

De partner van de oude handen die Vosje zo behagen is doodziek. Hij is in leven gebleven om Vosje nog te kunnen zien, hebben wij onszelf wijs gemaakt, om hem toch één keer vast te houden. Maar nu is het leven welletjes geweest. Hij stikt langzaam.

Ik weet niets van de liefde die deze twee mensen een leven heeft samengehouden. Niet wanneer ze overwoekerd werd door gewoonte, niet wanneer ze vergleed in koppigheid, zo nodig voor de rol van verzorger tot het eind. Niet of ze mekaar nu al hebben losgelaten, of hoe ze dat straks gaan doen.

Naar hem lacht Vosje bijna nooit, maar dat maakt niet uit. De draaiende handen en de pannenkoekenvlaaien van de vrouw maken alles goed. Ze kennen mekaar, Vosje, deze oude vrouw en deze oude man. Ze heeft een rammelaar voor hem gekocht, en stopt die in zijn handen.

Het doet me twijfelen. Misschien bestaat het toch, de waarheid. Helemaal in het begin, en misschien ook op het einde, zo net voor het afscheid.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s