Thomas Mann


Ik ga toch nog maar eens kijken.

Vosje is achtergebleven op een schapenvel in de Snoezelraum, zacht beschenen door voortdurend wisselend licht. Een jonge kerel in hotelkostuum wrijft hem zacht over de buik. De Raum zelf, speciaal ontworpen om baby’s en ander jong grut een ongekend gevoel van welbehagen te schenken, heeft een hoog jaren ’70 sci-fi gehalte. Geen rechte hoek te bespeuren, en boven de schuimrubberen ovalen kussens rijzen glaskralen als een koker omhoog. Beam me up.

Ik hoef me geen zorgen te maken. Vosje laat het zich welgevallen, dat gewrijf en die aandacht, althans genoeg om niet in wenen uit te barsten. Ik overweeg nog om een suggestie te doen voor de soundtrack (Billy Cobham’s debuut album ‘Spectrum’ uit 1973 past perfect), maar laat het zo. Mijn kennis van het Duits is nu eenmaal ontoereikend, en ook in een Duits’ Familotel zijn er grenzen aan de excentriciteit die je als klant mag vertonen. Wij zijn vooral dankbaar voor de paar uren crèche.

Het business model van zo’n hotel is heerlijk eenduidig. Alles om kinderen tevreden te houden, en een beetje voor ouders met ontsnappingsdrang. Het is een hard weerzien met de realiteit. Wat vinden kleine kinderen allemaal echt leuk? Pony’s. Meisjes verkleed als Mister Happy. Lelijke springkastelen. Spelen met eten. Eindeloos tafeltennissen met papa. Dansjes. Andere kinderen.

Het staat me straks allemaal weer te wachten. Er is bijna geen kind dat weerstaat aan die onmetelijke druk om erbij te horen, te willen wat alle anderen willen. Maar het lukt ze niet allemaal. In elke troep zijn er wel een paar die uit de boot vallen.

Het zijn uitzonderingen die zich op het vakkundig bespelen van de fagot gooien, circusartiest worden of aan een immer uitdeinende kevercollectie beginnen. Niet uit frustratie. Maar gewoon omdat ze dat willen, en dus kunnen. Of andersom.

Ach, natuurlijk willen we niet dat Vosje zich straks in de marge van het bestaan gaat ophouden, welke ouder wil dat wel? Niemand toch, elk kind dat zijn draden met het centrum (wij! de ouders!) langzaam uitrekt tot er enkel stofdraden overblijven zorgt voor ondraaglijke spanningen. Het is soms onvermijdelijk en toch willen we het niet, het zal ons hart breken en dan zijn ook wij er niet meer gerust in. We vertrouwens onszelf niet. Tienduizend scherven, zo’n gebroken hart, en elk van hen een mes aangescherpt door de pijn, roepend om wraak op de onrechtvaardige wereld.

Of een ademend, kwetsbaar en zacht hart, opengebroken om al het andere en wat anders is te omvatten. Zouden we dat kunnen?

We zijn stil in de sauna, elk met een beeld van Vosje in ons hoofd. Achteraf drinken we water met appel/citroen/kaneel smaak (alhoewel, die kaneelstokjes lijken enkel als versiering te dienen). We kijken elkaar aan, dankbaar voor de gewijde stilte en deze vrijplaats voor vermoeide ouders, waar het idee ‘kind’ helemaal in de achtergrond is opgegaan.

Ik neem mijn boek.Tristan, een vroege novelle van Thomas Mann. Het speelt in een kuuroord (hoe treffend dat ik enkel een topzware badjas draag), er is sprake van een behoorlijk onproductieve en excentrieke schrijver (aha), een onuitspreekbare en onbereikbare liefde (nou ja), en zowaar ook een kind. Ik verbaas me erover hoe strak die Duitsers hun toeval steeds weer organiseren.

Hij liep op de tenen van zijn grote voeten naar de stoel waarin de echtgenote van meneer Klöterjahn teer en glimlachend achteroverleunde, bleef op een afstand van twee passen staan, strekte zijn ene been naar achteren en boog zijn bovenlichaam naar voren; hij sprak op zijn enigszins geremde, slurpende manier, zachtjes, nadrukkelijk en ieder moment bereid zich spoorslags terug te trekken en te verdwijnen, zo gauw zich op haar gezicht een spoor van vermoeidheid en verveling zou aftekenen.

Thomas Mann, Tristan

In een oogwenk groeit Vosje, en wordt hij die karikatuur van een schrijver, die ooit één saai boekje heeft geproduceerd, en nu iedereen brieven schrijft en alleen van zichzelf antwoord krijgt. Grote voeten heeft hij al, de aandachtige blik ook – al houdt die zich nu nog koddig schuil in de periscopische manier waarop  hij zijn hoofd beweegt.

Ik schrik wakker wanneer het boek op de grond glijdt. Nee, Vosje mag alles worden, maar laat hem er dan alsjeblief goed zijn in. Zij kijkt op van ‘Het Diner’, van Herman Koch. ‘Ik krijg honger van dit boek,’ zegt ze. Zullen we? Vosje wacht.’

.

 

Advertenties

3 gedachtes over “Thomas Mann

  1. ……. ” quote ” ik verbaas me erover hoe strak die Duitsers hun toeval steeds weer organiseren. ” unoquote …… Treffend … Mooi, fijne dagen, hoop dat jullie zijn bijgekomen in het blijde familie hotel … Fijne dagen … en Billy Copham nog als toegift geweldig !

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s