Trouw!


Eindelijk zijn we van Vosje verlost. Twaalf weken al heeft dat jonge leven onze dagen en nachten beheerst, nu is het tijd om alles achter ons te laten en nieuwe horizonten te verkennen. Afscheid nemen duurt een half uur, en dan kunnen we eindelijk instappen. Zwaaien kan hij nog niet, dat maakt oma wel weer ruimschoots goed.

Eens op de snelweg draaien we onze kont comfortabel in de zetels, ik zet mijn voet zwaar op het gaspedaal, en draai de muziek op maximaal volume. We zuchten en lachen luid, en maken een afspraak: we gaan het niet over Vosje hebben. Nee, voor even is hij taboe.

Al snel wordt het stil in de auto. Het is een lange rit naar de westkust, en af toe waait een storm ons haast van de baan. Wat zou er van Vosje worden als we niet zouden terugkeren? Hier in de aquaplanning tegen een vrachtwagen slippen of met een klapband richting berm slingeren, onderweg gevat door een rechts voorbijstekende sportwagen?

Het lukt me maar niet, zeg ik, terwijl ik mijn snelheid matig. Dat boek van mij krijgt maar geen vaste vorm, ik zie het hangen in de lucht en krijg het niet gevat. Als jij denkt dat de werkelijkheid soms weerbarstig is, probeer dan meer eens fictie. Er zijn zoveel touwtjes om aan te trekken, en nooit kan je vertouwen op de gewone gang van zaken om alles weer in orde te brengen.

Ga je het dan opgeven? vraagt ze.

Gepikeerd spring ik op (wat af te raden is als je aan het stuur van een rijdende auto zit). Natuurlijk niet! Ik ben koppig! En volhardend!

Naast mij klinkt gelach, en ik besluit niet te willen weten of het hoongelach of schaterlachen is, of nog iets anders tussenin, met een beetje wanhoop bij.

Je kan altijd opnieuw beginnen, zegt ze, een ander verhaal vertellen.

Dat kan. Ik weet het. We zijn onderweg naar een trouwfeest waar de eretafel zal worden bevolkt door volwassen kinderen uit eerdere huwelijken en verbanden.

Vosje zal toch wel ok zijn? Ja toch?

Ik besluit deze overtreding op de regels door de vingers te zien. Een kind moet zowat het enige zijn wat je niet zomaar kan uitvegen en vervangen door een nieuw begin. Geen wonder dat je daarvan af en toe in paniek raakt.

De grijze herfstlucht is nauwelijks te onderscheiden van de zee, op de dijk is alles gesloten en staan de appartementen te koop. Alleen een hond en zijn baasje trekken een streep door het zand. Straks, zeg ik, wanneer het zomer is, dan gaan we toch met Vosje kastelen bouwen? Ja?

Dat gaan we doen, het is beloofd, de jongen weet het nog niet, maar bij deze hebben we voor het eerst een echt Opvoedkundig Principe vastgelegd: hoe vluchtig ook, we gaan hem leren dat dromen minstens evenveel waard zijn als de werkelijkheid. Fictie boven het echte leven.

Het feest ’s avonds is geweldig. Op de grens met Frankrijk leven de Deense en de Belgische helft van het publiek zich helemaal uit. Wij ook. We dansen en springen en zweten. En zo komt het, dat ik, ergens ver na middernacht, besef dat ik mijn hoofdpersonages meer passie moet geven, alle remmen los, ze moeten diep gaan en hard vallen. Niet twijfelen, maar doen. Van pure oplichting brul ik deze onsterfelijke verzen mee:

En ben je soms niet goed gezind
denk aan de glimlach van een kind.
Ja dat maakt je weer blij ja dat maakt je weer vrolijk.
Het leven gaat zo snel voorbij,
dat geldt voor jou maar ook voor mij…

Oh laat de zon in je hart
Ze schijnt toch voor iedereen
Geniet van het leven
Want het duurt toch maar even.

Jacques Verburgt & Raymond Felix, Laat de zon in je hart, gebracht door de onsterfelijke Willy Sommers

Het resultaat van een avondje dansen
Het resultaat van een avondje dansen
Advertenties

5 gedachtes over “Trouw!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s