Moya De Feyter


De Koreaanse danser is zomaar vertrokken. Verbouwereerd staart Suzy naar het perfect opgemaakte hemelbed in het paleis. De ramen staan wagenwijd open. Blijkbaar vond hij het belangrijk dat de kamer na zijn vertrek grondig werd verlucht. Misschien wou hij dat vertrek op die manier stelliger maken. Als er geen enkele snipper van hem achterbleef, zou niemand verkeerdelijk denken dat hij alleen maar een ommetje ging maken, en dus nog kon terugkeren.

Moya De Feyter, uit een boek in wording dat nog naar een titel zoekt (en naar een uitgever)

Een goed gesprek en een copieuze lunch. Zo zag mijn laatste dag als werknemer in een paleis eruit, precies een jaar geleden op vrijdag de dertiende. Als voortgezet afscheidsritueel dronk ik ’s avonds nog een fles wijn, tot mijn persoonlijke nieuwsfeit overstemd werd door schietende en zichzelf tot ontploffing brengende dwazen.

Ik had me helemaal gesmeten, mijn uiterste best gedaan om deel uit te maken van de paleisgemeenschap, mezelf verloochend bijna. Maar uiteindelijk, na acht jaar, maakte de de lagere hofhouding het me met nauwelijks verholen misprijzen duidelijk. Ik had er nooit echt bij gehoord. Te atypisch. Het was allemaal maar om te lachen geweest.

Altijd een buitenstaander.

Vosje weet dat. Zijn vader staat een beetje haaks op de werkelijkheid. Ik kan dansen, noch opruimen. Een spoor van vergeten voorwerpen laat ik na, er is geen beginnen aan om op mijn stappen terug te keren en alles weer op te pikken. Mezelf uitwissen is niet zo simpel. Ik ben verstrooid, denk ik dan (hé, een woordgrapje!), erger is het niet. Maar wanneer we samen op pad zijn houdt hij me de hele dag nauwlettend in de gaten. Hij durft de ogen niet te sluiten, ik moest hem zo zomaar eens ergens achter laten. Dat is niet ondenkbaar, er zijn gevallen genoeg bekend van veronachtzaamde baby’s in auto’s, al halen die wel alleen het nieuws in de zomer, wanneer ze van uitdroging omkomen, of wanneer er tegelijk ook een hongerige hond in de auto is achtergebleven. Het is winter, en een huisdier heb ik niet, enkel een onverwoestbare plant uit den Aldi.

Maar nu ben ik nuchter, en maak deel uit van de nieuwe economie. Als kleine zelfstandige verkoop ik het meest kwetsbare product dat ik kon bedenken: mezelf. Een beetje tegen mijn zin, want een ondernemer ben ik niet echt en op mijn leeftijd kan ik me bezwaarlijk nog een start-up noemen. Liefst was ik helemaal niet meer te koop, en hield ik me bezig met vergeefse maar vermakelijke pogingen om de wereld te verheffen, want aan ambitie heeft het me nooit ontbroken.

Ik gesp de jongen vast in de auto, start de motor en leg het hem uit. We zijn nu wel op weg, zeg ik, maar er is altijd een tussenstop, nooit ben je helemaal klaar. Je bent veilig bij mij, maar één vingerknip, en hop, we zijn weer weg, foetsie. Niet omdat ik daarvoor kies, zeg ik en zwaai met mijn vingertje in zijn richting, maar omdat we niet anders kunnen. De vrachtwagen achter ons, de slapende Renault naast ons, alles is altijd in beweging, niets staat ooit stil. En dus, Vosje, maar ik maak mijn zin niet af, hij is toch maar in slaap gevallen.

Dus, wou ik nog zeggen, is ook elk evenwicht tijdelijk. Dat heet groeien, en daar ben jij erg goed in. Maar, zou je dat, alsjeblief, willen leren doen met de elegantie van een Koreaanse danser, straks? Dat je oh’s en ah’s verzamelt op je weg, en schoonheid achterlaat? Zou je dat willen doen voor mij?

 

 

 

 

Advertenties

3 gedachtes over “Moya De Feyter

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s