Olive Kitteridge


Natuurlijk wil je niet altijd Vosjespapa zijn. Toch niet de hele tijd. Het is te lastig vaak, te vermoeiend. Soms zou je zelfs willen dat Vosje er helemaal niet was, zelfs niet wanneer hij in je armen ligt en je aankijkt met zijn grote, onderzoekende ogen.

Vooral dan niet, eigenlijk.

Vosje mag geen pijn hebben. Dat is de afspraak die je met jezelf hebt gemaakt. Maar zijn gezicht verkrampt, hij perst er een kakje uit. Met moeite, en dat is jouw schuld. Je ziet het in zijn blik. Verkeerd water, verkeerde melk. Te koud. Te warm. Te weinig slaap. Acht weken ver, en je herkent het eerste verwijt. Later, in bed met een geliefde, zal Vosje proberen uit te leggen hoe het nest waarin hij is opgegroeid hem beschadigd heeft. Dat zijn vroegste herinneringen die van pijn zijn, dat hij gemis voelde dat niet werd opgemerkt, of erger nog, genegeerd.

Je weet het. Natuurlijk weet je het. Niemand komt ongeschonden uit zijn kindertijd. Er zijn altijd markeringen, breuken, littekens. Het is wat je tot mens maakt. De vragen die je je stelt. De angst te verliezen en te kwetsen verlamt je vermogen tot liefde, laat je hoogstens een surrogaat. Zelfbedrog. Het enige wapen tegen de paniek van de afwijzing, telkens weer.

Ik streel Vosjes hoofd. De vrijheid, de roekeloosheid waarmee ik leefde, de doodsverachting, ze zijn weg. Ingeruild voor de studie van zijn rood aanlopend gelaat. Vroeger haalde ik mijn schouders op en mompelde zachte heelmeesters maken stinkende wonden, om vervolgens mijn authentieke zelf achterna te gaan. Ten koste van alles, desnoods.

Maar dat was vroeger.

Stilstaan is gevaarlijk. Evenwicht hangt af van snelheid, je weet dat je het ooit zo aan Vosje zal uitleggen, de dag dat hij leert fietsen zonder zijwieltjes. Trappen en vooruit! Je kan het, het komt goed.

Nu lacht hij naar me. Het is gelukt, dat kakje. Ik zweef met hem naar het verzorgingskussen. Onderweg pik ik een suikerboon mee. Dat doe ik elke keer, nadat ik hem uit liefde, en in stilte, heb vervloekt.

Die bonen blijven nog eeuwig goed.

Olive, on the edge of the bed, leans her face into her hands. She can almost not remember the first decade of Christopher’s life, although some things she does remember and doesn’t want to. She tried teaching him to play the piano and he wouldn’t play the notes right. It was how scared he was of her that made her go all wacky. But she loved him! She would like to say this to Suzanne (met wie Christopher die dag troouwt). She would like to say, Listen, Dr. Sue, deep down there is a thing inside me, and sometimes it swells up like the head of a squid and shoots blackness through me. I haven’t wanted to be this way, but so help me, I have loved my son.

Elizabeth Strout, Olive Kitteridge

 

Advertenties

3 gedachtes over “Olive Kitteridge

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s