Kierkegaard


Anyone who has given the matter any serious thought will know that I am right when I say that it is never given a person to be absolutely and in every conceivable way completely content, not even for one single half-hour of his life.

[ …] I did come close to it once, and at precisily one o’clock I reached a peak, a dizzying maximum previously unrecorded on any known barometer of well-being, not even on the thermometer of poetry.

[hier volgt een pagina beschrijving van die ultimate bliss, maar het geluk blijft niet duren.] Suddenly, I got something in my eye, an eyelash or a speck of dust. At that selfsame instant I plummeted to the depths of despair. Since then I have abandoned hope of ever knowing complete and universal contentment.

Soren Kierkegaard, The Repetition

Het is zaterdag, bijna middag. Vosje ligt te brabbelen tegen Caro, zijn eerste knuffel. Vosjes mama probeert wat slaap in te halen, en ik vouw de was op. Er moeten ook nog boodschappen worden gedaan, de afwas wacht, ik probeer drie boeken tegelijk te lezen, en er ééntje te schrijven. Het is afwachten wie van ons het eerst honger krijgt. Vosje of ik.

Uit de wasmand vis ik een string op. Het is de eerste die ik zie na de bevalling. Dat ze hem gedragen heeft, heb ik gemist. Je mist zo veel. Vosje heeft alweer genoeg van Caro, zijn olifant, en krijgt de hik. Wat zou dat nu weer betekenen? Is die reflux nu onder controle of niet? Heeft hij te snel gegeten, of te traag?

De jongen haalt mijn tijdsbeleving onderuit. Een dag duurt een uur of vier voor hem. In die tijd eet hij, slaapt hij, is hij completely content en plummeted to the depths of despair. Tussendoor of tegelijk, dat is niet helemaal duidelijk, groeit hij zienderogen. Onmogelijk om hem te volgen. En tegelijk gaat alles nu tergend traag. We arriveren net nog voor sluitingstijd bij de winkels, als we geluk hebben. Voor een verse pamper zetten we de vuren lager, en de nacht deint uit, loopt over in de dag, maar dat lijkt de vermoeidheid niet te verdrijven.

Ik sta nog steeds met die string in mijn handen, en kijk toe hoe Vosje in slaap valt. Wanneer zou hij het hardste groeien? In zijn slaap, of wanneer hij wakker is? Ik por mezelf, zo dadelijk is het rustige moment weer voorbij, en vouw Vosjes rompertjes op. De mand leeg twijfel ik. Wat nu? Alles in de kasten leggen? Dan maak ik mama wakker. Boodschappen? Dan laat ik Vosje alleen. Dat kan niet. En in de keuken maak ik te veel lawaai. Vosje is het perfecte alibi om nooit nog iets helemaal af te maken.

Niet dat ik dat vroeger wel deed.

Ik ga er bij zitten. Het is eigenlijk best een groot beest, die Caro. Vosje wordt alweer wakker, al lijkt hij het zelf nog niet te beseffen. Ik til hem op, tijd voor een nieuwe pamper. Zijn volledige vijfenvijftig centimeter lang rekt zich uit op het verzorgingskussen. Hij is ontspannen, lacht naar mij terwijl ik in de weer ben met die verdomde drukknopjes. Het is één uur precies.

Caro tussen de beestjes
Caro tussen de beestjes
Advertenties

2 gedachtes over “Kierkegaard

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s