Tantalos


Ik moet het al die tijd hebben geweten. Verantwoordelijkheid kan je delen, verantwoordelijkheidsgevoel niet. Vosje brengt meer tijd door op mama’s borst dan op de mijne, maar nu ligt hij nog eens bij mij. Iedereen slaapt, ik waak.

Vaders zijn nochtans niet te vertrouwen met hun zonen. Ik lees Ilja Leonard Pfeijffers versie van de Griekse mythen. Tantalos. Vriend van de goden, ster van de mensen. Hij organiseert een exclusief diner, alle goden rond zijn tafel. Maar ze eten niet. Zeus legt uit waarom:

Hoe kun je nou zo stom zijn, Tantalos, om te denken dat wij niet zouden doorhebben waar dit vlees vandaan komt? Je was onze vriend. We hebben je meer geëerd dan enig ander mens. En nu doe je dit. We zullen je straffen met de meest gruwelijke straf die we kunnen verzinnen. Want wat je aan stukken hebt gesneden, gebraden en aan ons opgediend, is je eigen zoon Pelops.

Ik strijk met mijn vinger zachtjes langs de oorschelp van Vosje, als was het een cymbaal waarmee ik de zuiverste klank kan voortbrengen. Hij reageert niet, ademt onverstoorbaar verder. De wereld stopt niet met draaien. De jongen is aan mijn absolute wil overgeleverd, er is niets behalve mijn verantwoordelijkheidsgevoel wat hem in leven houdt.

Het is een verlammende gedachte. Want al denkt geen haar op mijn hoofd eraan de jongen aan stukken te snijden, dan nog kan ik zoveel fout doen. Het zaad kwam misschien al uit de verkeerde teelbal, en wie weet welke krassen op zijn ziel ik maak door dit te tikken in plaats van naar hem te kijken. En dat oortje, misschien heb ik wel een bron van heimelijk genot aangemaakt, later.

Je hebt geen idee, als vader. Je doet maar wat. En dan maakt hij iedereen wakker. Honger.

Ik probeer het aan de geeuwende moeder uit te leggen. Dat er geen recept is voor hoe je zo’n Vosje grootbrengt. Ze kijkt me wantrouwend aan – oorzaak en gevolg zijn immers nog heel duidelijk, na drie weken en half. Dat is oppervlakte, wuif ik weg, natuurlijk is dat ook belangrijk nu, maar het telt niet echt.

Daar wordt ze boos van. Alles telt.

Maar schuld is straks niet uit te rekenen, zeg ik. Laat je niet verlammen. Fouten zullen er altijd zijn. Vosje zoekt haar borst.

Met Pelops is het overigens helemaal goed gekomen. De goden hebben hem terug samengesteld, en wat later heeft hij door listigheid, bedrog, en de occasionele moord netjes een knappe vrouw en een koninkrijk veroverd.

Vosje weet wat te doen.

Benieuwd of Vosje even veel zal bereiken als Pelops - de naam geven aan een schiereiland, bijvoorbeeld. Het mag kleiner zijn dan de Peloponnesus.
Benieuwd of Vosje even veel zal bereiken als Pelops – de naam geven aan een schiereiland, bijvoorbeeld. Het mag kleiner zijn dan de Peloponnesus.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s