Vosje en de tweeëntwintigste eeuw


Hoe oud?  De moeder kijkt ons aan. Twee weken. De baby huilt zachtjes in haar wiegje. Dat mag ze, zegt de moeder. Ze heeft honger.  We staan in de smalle gang van een Hema. En jij? Voor wanneer is het?

Nog één week, lachen we. We smokkelen een dag, zo overtuigd zijn we dat de bevalling elk moment kan beginnen. 

De jongen van vijf die aan haar arm trekt wordt vriendelijk maar kordaat terecht gewezen. Ja, we gaan een pannenkoek eten. Straks. Dat hebben we zo afgesproken, dan hoef je er niet meer over te zeuren. Ze ziet er merkwaardig fris en uitgeslapen uit. En onbekommerd efficiënt.

Vandaag is het dus echt zondagochtend, 28 augustus 2016. De dag die in mijn agenda al maanden staat aangeduid met ‘Neo’. Afspraak met het nieuwe leven, dat mijn vriendin en ik samen hebben gemaakt. Maar voorlopig is ze nog een vrouw uit één stuk, een en al platgedrukte blaas, strakgespannen zenuwen en zeurende liesligamenten. Niet eens geboren heeft Vosje, zo noemen we hem, nu al lak aan conventies.

Vaderlijke trots komt snel en gemakkelijk.

Zonder brute pech gaat Vosje het feest van de volgende eeuwwisseling nog uitgebreid vieren. Dartel en speels als een jong veulen misschien, met dank aan de voortschrijdende medische wetenschap. De twintigste eeuw, waarin ik zo diep geworteld ben, zal voor hem onwerkelijk zijn, niet te begrijpen. Een generatiekloof van meer dan een eeuw.

Alles van waarde wordt ondertussen – opnieuw! – bedreigd, mededogen teruggebracht tot een gevoel wat je alleen in bed nog mag koesteren, beschaamd en privé, en dan nog. Beschavingen Gaan Ten Onder, met Grote Woorden en Veel Gedruis.

Maar, zo zal ik Vosje leren, dat hebben ze altijd al gedaan, het einde der tijden is immer nakend. Het is dat sommigen menen dat het niet snel genoeg kan gaan, en in hun haast struikelen over de onschuldigen en de niet-zo-onschuldigen, die ze dan achteloos aan de kant schuiven. Gebroken mensen. En dat anderen daar dan de schouders over ophalen, en eigen schuld mompelen.

Daar moet je voor opletten, Vosje, zal ik zeggen, en met mijn oude wijsvinger zwaaien. Zo mag je niet worden. Maar ik heb daar natuurlijk niets over te zeggen. Niet over zijn kwetsbaarheden, niet over zijn strijd.

Tenen Vosje

Woensdagavond, 30 augustus. In de elleboog van mijn linkerarm ligt Vosje te slapen. Ik tik het vervolg van deze bijzondere Bijgekleurd met één hand, op de telefoon.

Schrijven op dichterstempo.

Vosje blijkt een gewichtloze baby. Tenger en fijn, met grote ogen die nieuwsgierig rondkijken vanaf het moment dat hij voor het eerst op de buik van zijn moeder lag, dinsdagavond. Voortdurend in beweging, zoals hij al was voor hij werd geboren.

Nu ligt hij hier in mijn arm, en mijn zorgen over de grote wereld maken plaats voor die over de kleinste van alle werelden. Eet hij goed? Is hij echt, en dan bedoelen we échtentecht helemaal gezond en ok? Moet hij niet haast wakker worden? Is de mama gelukkig?

Het is nietigheid, natuurlijk, maar voor ons is het allesheid, en daar leeft Vosje nu van. Dat hij allesheid mag zijn. Straks pas laten we de wereld toe in zijn leven. Goed gedoseerd, in handpicked brokjes en beetjes, zoals ouders dat dromen te doen.

Maar zo werkt het natuurlijk niet. De wereld zal binnensijpelen langs alle kieren en gaten, geen bezorgdheid die dat tegen kan houden. Zo moet het ook, en ik kan alleen maar hopen dat hij me dat later niet verwijt – dat ik zijn gewichtloosheid niet met mijn zwaarmoedigheid besmet.

Hij opent zijn ogen en ik neurie een vrolijk melodietje, dat maakt hem rustig, zo hebben we al geleerd. Net als het strelen van zijn voetzolen, en zijn hele grote tenen. Ook ik word daar zen van – we gaan het leren, naar elkaar luisteren, begrijpen wat we van elkaar nodig hebben, samen gelukkig zijn.

Minstens voor even, voor dit moment, is er vrede in de wereld. Nu, hier, met dit nieuwe leven.

 

Naschrift. 

Bijgekleurd bestaat nu exact drie jaar. Elke twee weken een stukje, 750 woorden, een schitterende foto van Ria Aerts. Ik prijs me gelukkig met een trouw en gestaag groeiend lezerspubliek, en de vele ‘likes’ en commentaren. Heel veel dank daarvoor.

De komende maanden ga ik me focussen op mijn kleine grote roman, en vooral op de grote kleine man in mijn leven. Even geen tweewekelijkse Bijgekleurd meer dus, maar wel een experimentje af en toe, en op ’t onverwachts.

Stay tuned!

Advertenties

24 gedachtes over “Vosje en de tweeëntwintigste eeuw

  1. kippevelschoon, Dirk!!
    ik ga de tweewekelijkse bijgekleurd missen zoals ik de vrijdagse Standaard der Letteren zou missen moest die afgeschaft worden – ze zijn de beste vaste waarden van mijn vrijdagen! maar natuurlijk stay ik tuned!
    al mijn gelukwensen met de grote kleine man en de kleine grote roman!!

  2. Proficiat “mentor”! Je kon Vosje niet beter welkom wensen dan met deze tekst…
    Ik denk nog vaak aan onze gesprekken en begin klaar te zijn de grote move!

    Groeten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s