Grenscontrole


De wachtrij aan de grens is lang. Wanneer het eindelijk aan ons is, manen de militairen ons met hun wapens tot snelheid aan. Zij lijken nog meer verveeld dan wij, en dat begrijp ik wel, veel nut heeft het allemaal niet en zij staan hier al zo lang. De gekken komen van overal, en vaak ook gewoon uit hetzelfde dorp als de soldaten zelf. Hoe zouden ze er één kunnen herkennen? Erg lastig voor hij gekke dingen doet. Misschien zegt hij wel eens gekke dingen, maar dan zeker niet hier. Misschien schrijft hij ze op, is er instemmend geknik op facebook. Dat is er altijd, maar de soldaten vragen hoogstens af naar een paspoort, nooit naar een smartphone.

Of misschien denkt de gek gewoon gekke dingen, maar, zo weten we omdat we dat zelf ook wel eens doen, dat lucht vooral op. Niets om ons voor te schamen. Echt gevaarlijk wordt het pas als we gekke dingen beginnen te dromen, maar dat was deze nacht niet het geval, en we kijken de soldaten dan ook vrank en vrij aan. Ze zijn jong, en dragen zware wapens. Elke keer wanneer ik ze zie, in de stad of nu aan de grens, vraag ik me het af. Zouden zij gek dromen? Zij die weten hoe ze zo’n wapen uit elkaar moeten halen, verzorgen, weer in elkaar zetten en laden?

Maar dat gebeurt natuurlijk nooit. Gek worden zij pas achteraf, net als alle anderen, daar hoef je geen soldaat voor te zijn geweest, wanneer je voelt dat je echt niks meer te zeggen hebt. Dat het niet goed is, zoals het nu gaat. Dat je uitgepraat bent. Tegen jezelf. Tegen je gezin, waarvan je dacht dat je het had, maar dat verkruimelt waar je bij staat. Je dacht dat ze erbij hoorden, je partner, je kinderen, je hond, ze hoorden bij jou, maar nu hoor je ze praten over hun gezin. Dat gezin blijkt helemaal niet van jou, het is van iedereen die er deel van uitmaakt. Allemaal verschillende gezinnen bovendien, ieder vanuit eigen perspectief, terwijl jij er zo van overtuigd was dat het het jouwe was, het jouwe alleen.

foto © riaAerts www.riaaerts.com
foto © riaAerts
http://www.riaaerts.com
En dan snap je niks meer, niet de buren en de wijk, niet het internet en de tv die je toeschreeuwt. En je verliest het allerdierbaarste, je begrijpt niet langer wat dat is, iemand graag zien. Een ander. En dan wordt het nog erger. Je gaat twijfelen. Heb je het eigenlijk ooit geweten, ooit gekend, de liefde? Maar dat kan je jezelf niet toegeven. Zo’n twijfels moet je overschreeuwen, van dat gat in jezelf word je woest, zo eindeloos diep is het. Dromen van de dood is dan nog een stapje van niets.

Dat moeten die jonge soldaten dus herkennen, zo’n gevoel, terwijl die eindeloze colonne gelaten en geërgerde auto’s voorbij schuifelt. Ieder heeft voor de dag een bestemming uitgekozen, er is een doel dat moet worden bereikt. Vastgesteld in overleg, een plan dat past in het grote plan, of een ingeving van het moment, dat maakt nu niet uit – alles wordt voor even lam gelegd door de onderzoekende blikken van jonge soldaten met zware wapens.

Het echte werk gebeurt in de controlekamers en de gekoelde datacenters van de macht. Dat weten we. Daar worden nummerplaten gescand en telefoonnummers gevolgd, en alles aan elkaar geknoopt. Dat weten we, maar we kunnen het niet zien, het is het constante gezoem op de achtergrond dat klinkt alsof er krekels in onze oren wonen. Zij sturen de colonne aan, net zozeer als ze instructies geven aan de jonge soldaten. We willen het ook liever niet weten, hoe ze ook stukjes van onze plannen, onze kleine dromen, flarden van onze levens aan mekaar knopen, en het allemaal maar van hun dromen en plannen afhangt of de onze nog door de beugel kunnen.

Want het bestaat. Dromen die met mannen en vrouwen aan de haal gaan, en hen gek maken, zodat ze zich eerst zelf krabben tot bloedens toe, en dan ons. Tot zelfs onze meest onschuldige dagdromen, vol vredigheid en goede whisky, voor dood in een hoekje gaan liggen.

Maar nu zijn we er voorbij, en terwijl de snelweg zich beloftevol voor ons opent, zeggen we tegen elkaar, twee zielen die aan mekaar zijn blijven haken en de lavendel onder elkaars oksels zoeken, wat fijn dat er weer niets is gebeurd, dat in dit rusteloze leven dat we leiden, waarin zoveel gebeurt, dat er nu even niets is gebeurd.

Advertenties

6 gedachtes over “Grenscontrole

  1. Zeer mooi, het middenstuk !

    Wat doe je aan de controle zonder ID? een grens is een grens, kunstmatig. Een mens is een mens zonder grens,…

    K

  2. Na de vzw Artsen zonder grenzen is er nu de vzw Kloters zonder grenzen.
    Pas als de Gaza-duivels rond 2020 uitgeroeid worden zonder veel ophef, wordt het weer rustig op de Pokémon-terrasjes.
    Die Hoop(kadavers) doet leven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s