Niets is voor altijd


Het appartement ligt op de tweede verdieping. Een drukke weg, nog net binnen het bereik van de tram. Wanneer je naar buiten kijkt, zie je in de verte een Van den Borre, gevestigd in wat ooit een trotse garage moet zijn geweest. Vanop de ingang priemen drie vlaggenstokken modernistisch omhoog. Elke dag gegarandeerd de laagste prijs, geen wonder dat er geen geld is om vlaggen te hangen of het beton op te kalefateren.

Ik heb gereageerd op een tweedehands zoekertje. Nog goedkoper. Ik ga voor een tweede leven.

Er wonen hier alleen nog maar Polen, zegt de Vlaamse vrouw die me ontvangt. Ze zegt het op exact dezelfde toon als ze vroeger er wonen hier alleen nog maar Marokkanen zou hebben gezegd. Ik woon hier zelf nog maar een jaar. Dit is dichter bij mijn vriend. Die woont daar. Ze wijst naar een brede zijstraat. Niet echt een goede buurt, ’t schijnt dat ze daar in drugs doen. Vanop zijn balkon zwaaide hij soms naar hier. 

De doos met boeken staat op de grond, voor een massieve notelaren kast. Ja, ik ruim alles op, zegt ze. Mijn vriend heeft drie weken geleden een beroerte gekregen. Zijn linkerkant is helemaal verlamd. Daarom doe ik ook de tapijten weg. Interesseren die je niet?

De tapijten zijn geelbruin, en zonder twijfel van onberispelijke kwaliteit. En alle spullen die een bomma verzamelt, he, zegt ze, die mogen ook weg. De kleinkinderen zijn er uit gegroeid. En ge koopt veel te veel, als bomma. Ge ziet dat graag, kleinkinderen. Ze wijst naar een doos babyspeelgoed, en wat blitse jassen. Maar ze geven zoveel terug. 

De jongste heeft een open ruggetje. Daar heb ik zo’n McLaren voor gekocht, een grote, die gaat mee tot haar twaalfde.

foto © riaAerts www.riaaerts.com
foto © riaAerts
http://www.riaaerts.com

Ze moet er zelf even bij slikken. Er zijn ook chique kleedjes. Nooit gedragen. Ze duwt me een eigeel mantelpakje van Dior in de handen. Ik probeer stiekem naar de maat te kijken. Vroeger was ik veel smaller. Maar ja, twee keer kanker gehad, en een trombose, en dan al die pillen. Vijfentwintig kilo. 

Ik kom voor de boeken. Alleen voor de boeken. Ze heeft een eerste druk van Pieter Magerman’s Trekvogels. Uit 1931. Dat kent u niet. Dat is normaal, ik kende het ook niet, maar een paar Bijgekleurds geleden moest ik wat opzoeken over vogels, en al dwalend door google kwam ik de man tegen. Actief tussen de twee wereldoorlogen, schrijver van pessimistische toneelstukken. Ellende.

Ik ben pas van stijl veranderd, zegt ze. Ik zie dat graag tegenwoordig, die Scandinavische meubels. Ik heb ze overgenomen van een vriendin. Die is gestorven. Ze was nog jong. Kanker. Vindt gij nu dat die grote kast daar nog bij past?  Het zijn mooie Scandinavische meubels. En dan moet er nog een jukebox bij.

Pak die doos boeken zelf maarIk heb geen kracht meer in mijn armen. Mijn rechterarm is zeven keer geopereerd, die is nooit meer helemaal goed gekomen.

Trekvogels gaat over het harde leven van Vlaamse seizoensarbeiders, in het onherbergzame Noord-Frankrijk, waar de luchten nog lager hangen dan bij ons, en de grond nog drassiger is. Het boek zit helemaal onderin de doos.

Hoe kom je aan dit boek, vraag ik.

Mijn vader heeft die schrijver nog gekend. Het was zijn baas op het ministerie. Die deelde dat uit, die boeken. Ik heb het opgezocht, ze zijn wat waard nu. Niemand heeft het ooit gelezen. Ik ben nu elke dag in de kliniek, bij mijn vriend. Van ’s middags tot ’s avonds, ik heb niet zo veel tijd om alles hier verder op te ruimen. Ze leidt me naar een andere kamer, waar ook alles te koop is.

Dank je wel, zeg ik, en ik haal mijn portefeuille boven om de Magerman te betalen. Ook ik ga het ongetwijfeld niet lezen.

Op het kastje in de hal staat een glimmende helm. Ik heb tickets gekocht voor de Grand Prix in Nederland dit weekend, zegt ze. Dat is de passie van mijn vriend, zijn lang leven. Zijne moto. Maar dat gaat nu niet meer lukken. Ik heb een brief geschreven naar Agostino, dat is zijn grote held. Niet dat die tot in de kliniek zal komen, maar ge weet nooit. Zo’n legende.

Allez, ge weet het, als ge nog iemand kent die hier iets van kan gebruiken, zeg het door. 

En dan is er geen ontkomen meer aan. Ze kijkt me aan, haar ogen een beetje vochtig. Feiten en fictie binden ons, voor altijd.

Natte kussen. Zonder raak ik hier niet buiten.

Advertenties

4 gedachtes over “Niets is voor altijd

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s