Rituelen


Ik ben de eerste in de zaal. De stoelen staan netjes aangelijnd aan de grote tafel. Die is op maat gemaakt, drie kwart van een cirkel. Ik wandel alvast even naar het middenplein, oefen mijn vriendelijkste knikje. Elke plek heeft een bureaulegger, en daarvoor een tinnen schaaltje met een omgekeerd glas, een flesje plat water en een blik bruis. En een potlood.

Er is geen daglicht.

Uit de setting kan ik niet afleiden waar de voorzitter zal gaan zitten, en dus ook niet waar ik me best installeer. De hoek het dichtste bij de deur lijkt me een veilige plek. Ik open een flesje water, steek een potlood in mijn binnenzak, en eet een druif. Die heb ik zelf bij, om mijn energie op peil te houden.

Ik ben nieuw in het bedrijf. Vandaag stel ik voor het eerst een tussentijds bilan voor van het project dat ik heb overgenomen. Veel goed nieuws heb ik niet. We hebben vertraging, het budget zal worden overschreden en bij het laatste projectoverleg keek het projectteam me mistroostig aan. Niemand gelooft er nog in.

Maar dat kan ik hier niet zomaar vertellen. Zo dadelijk komen ze binnen druppelen, de leden van het investment committee. Eén voor één, de minst belangrijke eerst – of het pietje precies van de groep, die heb je ook altijd. Voor hen is het een vergadering als alle andere, mijn project één uit de lange lijst.

foto © riaAerts www.riaaerts.com
foto © riaAerts
http://www.riaaerts.com

Elke maand, op de eerste donderdag, na de lunch, komen ze samen in de board room. Met een overladen agenda, een tablet en een telefoon en meer muizenissen dan ik met een flauw grapje kan verjagen. Geen van de andere projectleiders wou als eerste, het risico dat ze het je lastig maken is gewoon te groot. En ik ben nieuw, heb me te plooien. Ter bescherming heb ik mijn kobaltblauw pak aangetrokken, en een wit hemd. Het is een beetje fuck you, maar met inhoud heb ik vandaag weinig te winnen.

Wanneer de eerste binnenkomt, spuug ik net een druivenpit onder de tafel. Een daad van baldadigheid, zeker, maar ook het resultaat van de stretching waarmee ik mijn gezichtsspieren opwarm. Het is een ritueel dat ik vaak uitvoer. Net voor ik ga slapen, bijvoorbeeld, wanneer ik de spiegel in de hall voorbijloop. Het haalt de stress van de dag van mijn gezicht, en daarmee ook uit mijn hoofd.

Koffie? vraagt hij. Maar voor ik ja kan zeggen komen er anderen binnen, en gaat hij met hen grapjes uitwisselen. Onder hen de voorzitter. Het is de enige die zich niet aan me voorstelt. Hij gaat zitten, trekt een blik open en kijkt me aan. De leden weten wat te doen, de spelen gaan beginnen.

De eerste van mijn drie slides staat klaar. De tijd van deze heren en dames (er is er maar eentje) is kostbaar, en je moet een opgelegd format volgen. Daar heb ik begrip voor, zonder voorspelbaarheid is zo’n werkdag van meer dan twaalf uur natuurlijk veel te vermoeiend. Ik krijg het woord.

Weet iemand van jullie, begin ik, hoe trekvogels weten waar ze naartoe moeten, eens de tijd gekomen is?

Mijn vraag blijft in het ijle hangen. Niemand lijkt ze te hebben gehoord.

Weten jullie, herhaal ikwanneer trekvogels niet meer weten hoe ze verder moeten? Want dat gebeurt.

De voorzitter kijkt naar de geprojecteerde slide, waar niets over vogels op staat.

Trekvogels houden halt wanneer er dichte mist is. Dan weten ze niet meer waar precies de zon staat, en waar de sterren. Dat vinden ze gevaarlijk, en ze nemen geen risico. De minste afwijking in de route kan catastrofale gevolgen hebben.

Dit komt niet goed.

Het spijt me dat ik een metafoor gebruik, zeg ik, maar ik voel me, als projectleider, net zo’n trekvogel die een onverwachte en ongeplande tussenstop heeft moeten maken. Het project gaat op dit moment geen kant uit. Nog even, en we zijn te laat. De kou gaat ons inhalen, ons lot is onzeker.

De leden kijken op.

Dus. Zegt de voorzitter. Als ik je slides goed begrijp, dan heb je vertraging en heb je extra budget nodig om op te kunnen leveren. 

Ik knik verontschuldigend.

Maar je hebt een excuus, denk je. Je weet niet waar je naartoe moet. 

Ik knik opnieuw. De man is scherp.

Wij zijn geen roofvogels, zegt hij. En ook geen weermannen. Ik weet dus niet wat wij voor je kunnen doen. Maar we rekenen er op dat je terug bent tegen het broedseizoen.

Ik slik. Dank je wel, zeg ik. Dat is precies wat ik nodig heb. Ik heb geen idee wat hij bedoelt, maar de volgende projectleider is er al. Mijn tijd is op. Ik pak mijn spullen bij elkaar, en steek nog een druifje in mijn mond. Op weg naar buiten struikel ik halvelings over de tas van het vrouwelijke committee lid. De druif belandt net naast haar schoen. Oeps, zeg ik.

Al aan het foerageren?  fluistert ze. Ik kijk naar haar op, open mijn mond, maar blijk niets te zeggen te hebben. Hier, zegt ze, je potlood is ook gevallen.

Advertenties

8 gedachtes over “Rituelen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s