Hot tub


Vlak voor de gracht die de grens vormt met het bos, in de laatste kamer van de uitgestrekte tuin achter de oude boerderij, staat de hot tub. Een grote houten tobbe. Mos groeit op de flanken. Uit de ijzeren schoorsteen komt rook. Paul, de bewaarder van deze ruimte, geeft me een taak. Of ik met een lange paal het water af en toe om kan roeren, als was het een dikke soep, kwestie van het warme en het koude water met elkaar te vermengen.

Dat kan ik.

Warm en koud lijken elkaars vijanden, zegt hij, maar dat is niet zo. Ze houden van elkaar, voelen zich sterk tot elkaar aangetrokken, maar ze hebben een zetje nodig, een duwtje in de rug, voor ze aan elkaar kunnen snuiven en in mekaar opgaan. Ik kijk hem aan. Dat is wel een heel animistische manier om de wetten van de fysica uit te leggen, maar het biedt mogelijkheden, literair.

Het roeren is moeilijker dan ik dacht. De massa biedt weerstand. Of misschien moet ik het verzet noemen. Ik begrijp het wel. Het water bovenaan ligt lekker rustig in de zon, omarmd door de liefdevolle houten ton, beroerd door een zacht briesje. Ik zou ook niet kopje onder willen, zeker niet voor de onzekere beloning van vuurgestookte warmte, ver beneden. Terwijl het water op de bodem net opgewonden raakt door het vuur en danst. No way dat het zijn plaats wil afgeven. Strijd!

foto © riaAerts www.riaaerts.com
foto © riaAerts
http://www.riaaerts.com

We zijn niet alleen in deze tuin, Paul en ik. De zweethut, die we een paar keer per jaar gebruiken, is uitgeleefd en versleten, en vandaag bouwen we een nieuwe. Iemand zoekt takken met een doorsnee van twee centimeter, iemand anders maakt ze glad. Bomen zijn het staande volk, zegt Paul. Ze kunnen geen kant uit, maar ze binden de aarde aan het licht. Koppeltekens, denk ik. En ze ruisen, maken lawaai, stom zijn ze zeker niet. Ze dragen vruchten, en wanneer ze moe en uitgeteld geveld zijn, laat hun warmte de stenen, dat liggende volk, ons de verhalen toesissen die zij al eeuwen hebben opgeslagen.

Iemand tekent een volmaakte cirkel op de grond, en plant de takken op regelmatige afstand. Het is al na de middag wanneer die als een kroon recht staan. We wissen het zweet van ons gelaat, spoelen onze handen, en eten. Fruit en groenten, kaas en brood, wat ayurvedische gerechten die iemand heeft meegebracht. We drinken er water bij.

De takken moeten nog samengebonden worden. Ik bied me aan als vrijwilliger, het verbuigen van de werkelijkheid is een kolfje naar mijn hand. Het is secuur werk, en we lachen niet terwijl Paul onze bewegingen orchestreert. Ik moet me strekken en twisten om het goed te doen, en ik voel hoe mijn geest stilaan oplost in deze dag – dat mijn lichaam de vorm van een vraagteken aanneemt, deert me niet.

Dan zijn we klaar. Vandaag is het een eeuwenloze dag, zo één die in zichzelf verdwijnt en verder niets behoeft. Een vrouw trekt haar kleren uit en kruipt bloot in de warme hot tub. Het is zalig, roept ze, komen jullie ook?

De mensenlijven krijgen zonder moeite gedaan wat mij al roerend amper lukte. Sommigen laten zich voorzichtig zakken, ik struikel haast het water in. We lachen en tateren, drijven van de een naar de ander en gaan af en toe kopje onder. Tot ons vel begint te rimpelen. Dan klauteren we uit het bad, en leggen ons te drogen in het gras. Zo veel onschuld! Dat alles geheeld wordt wanneer alles verbonden is, denk ik nog, voor ik in slaap val.

Ik word wakker met een stijve nek, en een onbestemde ongedurigheid in het hart. En de strijd dan, vraag ik Paul. De drang om te behouden, en de drang om te veroveren? Haast en vlijt zijn niet alleen oorzaak van haat en nijd, de worsteling tussen tegenstellingen brandt ons vooruit. Soms in een radeloze boosheid, en soms met een redeloos streven naar iets anders, eender wat, desnoods ten koste van onszelf, dat is waar.

Paul antwoordt niet, het kenmerk van een echte wijze.

We ruimen op, tijd om deze plek weer aan zichzelf te laten. Het volmaakte geluk is ook een beetje saai. Ik strek mijn lichaam nog een keer, vouw het netjes terug in de plooien van deze tijd. We kleden ons weer aan, vissen telefoons uit onze tassen, en tasten naar onze autosleutels. Een knuffel nog, een beetje halfslachtig, en dan vertrekken we, ieder zijn kant uit.

In de verte loert een donderwolk.

Advertenties

6 gedachtes over “Hot tub

  1. mijn dierbaarste Talking Heads-nummertje!!

    weer zoveel moois in dit stukje, Dirk! ‘bomen zijn het staande volk’, prachtig vind ik dat!! en ‘vandaag is het een eeuwenloze dag, zo één die in zichzelf verdwijnt en verder niets behoeft” – iedereen kan zich van die zeldzame dagen voorstellen, je wordt er meteen rustig van!
    ik was wel blij dat je weer wakker werd in strijd 😉 je weet dat het niet mijn ervaring is, hé, ‘dat alles geheeld wordt wanneer alles verbonden is’ 😉
    dat het verbuigen van de werkelijkheid een kolfje naar je hand is, heb je weer mooi bewezen en mooi gedaan!

    1. Dank je wel, Caroline.

      Het liggende en het staande volk … dat zijn uitdrukkingen uit het sjamanisme, die heb ik niet zelf hoeven te verzinnen 🙂

      En verder gaat het over onthechting, en dat ik niet weet of ik daar nu wel naar wil streven – ik geniet te veel van de strijd, de moeite en de pijn. En dat gevoel delen we wel, dacht ik …

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s