Mirador


Ik ben te laat.

Dat gebeurt me wel vaker, de laatste tijd. Niet dat ik mezelf zo belangrijk vind dat ik graag op me laat wachten, nee, het is eerder dat het me steeds moeilijker valt om ergens mee op te houden. Zelfs wanneer ik doelloos voor me uit zit te staren, of misschien net dan het meest van al.

Maar vandaag erger ik me aan mezelf. De oude man die op me zit te wachten mag dan zeeën van tijd hebben, ik weet dat hij popelt van ongeduld om me te zien. Hij zal dat ontkennen, we houden nauwlettend de fictie in stand dat hij belangrijk is voor mij, ik niet voor hem. Hij was ten slotte mijn baas. Mijn leermeester. Een meedogenloze baas, dat wel, zo’n echte smeerlap van de oude stempel. Ik volgde hem op, vastbesloten het anders te doen.

Het is hem niet goed vergaan.

Een paar maanden na zijn pensioen zette zijn vrouw hem het huis uit. Het viel niet te ontkennen, nu ze hem de hele dag zag. Hij dronk. Er waren vrouwen. Hij deed niks anders dan bevelen knarsetanden. En verder was hij in ’t algemeen volstrekt onuitstaanbaar, en nutteloos in huis.

Hij verhuisde naar een klein huurappartement, reed zijn laatste BMW aan flarden, en begon nog meer te drinken. Het was op zo’n moment dat hij me belde. Enfin, hij belde ongeveer iedereen wiens nummer hij had. Het was vrijdagnamiddag en niemand beantwoordde zijn oproep. Niet zijn vroegere medewerkers, niet zijn collega’s, niet zijn leveranciers. Klanten had hij nooit gehad.

foto © riaAerts www.riaaerts.com
foto © riaAerts
http://www.riaaerts.com

Ook ik twijfelde toen ik het nummer zag. Maar mijn agenda was leeg, en er stonden nog souvenirs van hem in mijn directeurskamer. Hij was dronken. Maar het ging prima met hem, bezwoer hij me. Hij had het druk, ook. Ik was eerst een beetje boos, dan verontrust, en het gesprek eindigde ermee dat we afspraken voor een lunch, twee weken verder.

Tijdens het aperitief zat hij nog helemaal in zijn oude rol. Hij domineerde het gesprek, lachte te luid, en bezong de zegeningen van de eindeloze vrije tijd. We hadden asperges als hoofdgerecht, met een exquise witte wijn erbij. Dan en daar begon hij stilaan te kraken. Bij de koffie wist ik het allemaal. De vrouwen, de corruptie, het geld in Luxemburg, de wanhoop. Alleen met alcohol had hij geen probleem, hield hij vol. De wijn smaakte hem toch nog?

Dat is nu vijftien jaar geleden. Sindsdien zie ik hem twee keer per jaar. Hij is ondertussen echt oud. Kaal en mager als een rietstengel, en er hangt een oudenmannengeur rond hem. Hij staat klaar wanneer ik aanbel, hoed en jas in de hand, en we wandelen samen naar een klein restaurant in de buurt.

Ik heb medelijden met hem. Dat had ik al toen ik nog voor hem werkte, en zag hoe hij stap voor stap van zijn macht werd ontdaan, en wegzonk in een moeras van doelloosheid. Hij kon er niet mee om, dronk Martini’s uit de directiekoelkast als lunch, met een appel erna als excuus. Hij drinkt nog steeds. Hij kan het niet laten, zegt hij, en dat het nu geen verschil meer maakt. Alles is al kapot, alleen de goede oude tijd blijft bestaan.

Wat doe ik hier nog, zegt hij. Ik zit uit te kijken naar het moment dat mijn kleinkinderen langs komen – daarvoor moet ik samenzweren met mijn dochter, en dan speel ik mens-erger-je-niet met hen. Ze winnen altijd. Ik heb er geen spijt van, zegt hij, wijn is nog steeds lekker. En hij lacht een beetje.

Weet je wat ‘mirador’ betekent? Het is Spaans. Ik schud het hoofd. Ik ben nu zo vaak in de Dominicaanse Republiek geweest, en in Spanje, dat ik een paar woorden heb opgestoken. Mirador. Ik dacht eerst, dat klinkt als een mirakel, als iets moois. Hij zwijgt even. Maar het betekent wachttoren. Zoals in een gevangenis. Een plek om alles in het oog te houden. Dat is wat ik nu doe. Ik wacht, en houd alles in de gaten. 

Ik vraag de rekening. Ik heb nog een afspraak, lieg ik. Ik ben zelf, ver voor mijn tijd, ontdaan van het beetje macht wat ik ooit had, en daar schaam ik me voor. Bij hem toch. Ik heb het maar niet verteld.

Je rijdt niet meer met een chique auto, zegt hij.

Die mirador van jou, vraag ik als afscheid, staat die eigenlijk binnen, of buiten de gevangenis?

We grijnzen allebei.

Advertenties

5 gedachtes over “Mirador

    1. Dank je wel, Caroline.

      Dat is Bryan Wain, een amateur uit Nashville. Het liedje is een classic van Willie Nelson – ik kwam bij toeval op deze versie uit, en met dat oudje op de achtergrond kon ik het niet laten.

  1. Mijn eerste directeur heeft door de drank zijn baan verloren.
    Zo heb ik door de drank ook mijn laatste relatie gedag gezegd.

    Drinken doe ik steeds minder, maar soms nog graag.

    Nicotine is voor mij een echte verslaving geweest.
    Alcohol lust ik maar laat ik net zo makkelijk staan.

    Verslavingen blijven lastig voor de verslaafde en de omgeving.

    Mooi beschreven.

    Vriendelijke groet,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s