Kwetsbaar


Het moet haar ongemakkelijk maken, zo zichtbaar zijn. Ze is groot, en blond, en knap, en draagt dat cliché als een last. Als ze niet oplet gaat ze stralen. Zo komt ze binnen, mij ziet ze niet. Ik sta in de hoek van de kamer, en staar naar de bouwwerf aan de andere kant van de straat. We hebben een afspraak. Zij zoekt een job, ik heb een vacature. Ik zag haar, schichtig en nerveus, van de parking naar de ingang lopen.

Er is een conventie voor deze situatie. Ik heb het overwicht. Zij moet mij overtuigen dat ze de beste kandidaat is, ik heb macht. Het is mijn gesprek.

Dit zijn kwetsbare situaties.

Ze stapt naar de tafel. Het mapje met haar cv ligt daar. Ik ken haar papa, maar ik weet niet of ze dat weet. Met hem heb ik lang geleden samengewerkt. Hij was onuitstaanbaar, een vaal figuur waarvan niemand precies wist wat hij deed. Bovendien zat hij me in de weg.

Gaat u zitten, zeg ik, en draai me om.

Ze kijkt me niet aan, maar begint meteen te praten. Ik doe moeite om me te concentreren op haar stem. Die is vlak, en ze praat te stil, alsof ze gewend is dat toch niemand naar haar luistert wanneer ze de omgeving met haar verschijning heeft verdoofd. Ze bedankt me voor de uitnodiging, en dat ze denkt dat ze zeer geschikt is. Of iets in die strekking.

Een koffie? onderbreek ik haar midden in een zin, en ik voel hoe ze op dat moment een beetje barst. Graag, mompelt ze.

foto © riaAerts www.riaaerts.com
foto © riaAerts
http://www.riaaerts.com

Het geeft me de gelegenheid om even naar buiten te gaan. Terwijl het kopje zich vult, komt het woord zenuwinzinking in me op. Een ziekte waarover mijn moeder alleen maar fluisterend sprak, want het kon iedereen overkomen. Noodlot. Je partner ervandoor, je ouders in de schulden, je kind dat niet kan volgen op school. Wie eraan leed, zakte weg, had het recht zijn leven op te schorten. Als een flikkerende gloeilamp, net voor ze geest geeft. Zo stelde ik me dat voor, een zenuwinzinking.

De jonge vrouw moet al van alles geprobeerd hebben om het te voorkomen. Haar licht gedempt. Die ene vriend de laan uitgestuurd, die wel naar haar luistert maar haar toch niet echt begrijpt. De kleurige kleren die als leestekens haar lichaam verduidelijkten verruild voor onbestemd zwart. Ze heeft overwogen zich kaal te scheren, vermoed ik, maar dat kreeg ze onmogelijk over haar hart.

Ik neem ook een koffie voor mezelf. Wanneer ik terug binnen kom met de twee kopjes, zet ik mijn breedste glimlach op. Niet bang zijn, denk ik.

Ik heb u vader nog gekend, zeg ik. Lang geleden. Hoe gaat het met hem?

Hij is dood, zegt ze. Een paar jaar al. Ze laat even een stilte vallen. Een verkeersongeval. Heel banaal, eigenlijk. Hij fietste – hij fietste altijd naar het werk. Maar hij lette blijkbaar niet zo goed op, raakte de borduur en viel. En toen kwam een vrachtwagen van de andere kant.

Hij was op slag dood.

Er zijn zoveel manieren om dood te gaan. Soms denk je dat het een verschil maakt. Opgeblazen worden in een aanslag. Vallen in het verkeer. Ziek zijn en aftakelen. Dat er betekenis in zit, in hoe je gaat. Maar dat is niet zo. Het enige wat telt is dat je je voorbereid hebt, of niet. Hij niet. Geleidelijk aan ontdekten we hoe zijn leven er uit zag. Je kan bijna niet anders. Je gaat kijken in zijn mailbox, er komen sms’jes en boodschappen toe. Het is lastig het beeld van je vader te moeten bijstellen als hij je niets meer kan uitleggen.

Ze is boos. Ik zwijg, en kijk haar aan. Ze kijkt op. Het is echt een mooie, jonge vrouw.

Niet bang zijn, denk ik.

Mijn vader heeft je altijd bewonderd, zegt ze. Hij vond je een smeerlap, maar zo veel efficiënter dan hij zelf was. Hij was jaloers op je.

Ik glimlach flauwtjes.

Mijn vader was een mislukkeling, zijn leven een en al slordigheid.

Ze stelt het vast, velt geen oordeel. Ik neem een slok van mijn koffie. Hoe zit het met mij? Heb ik me voorbereid? Op eeuwigheid reken ik niet, maar een beetje verdriet links en rechts, dat wel. Op de werf trekt iemand een drilboor op gang. Tijd om me te herpakken.

Dat bent u niet van plan, toch? Mislukken?

Ze antwoordt niet.

Wel dan, zeg ik. Zal ik u de kans geven?

Advertenties

7 gedachtes over “Kwetsbaar

  1. Het woord ‘optimisme’ is mooi weergegeven in deze literatuur, niet ? Dat vind ik knap. Of sla ik de bal weer de verkeerde richting uit?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s