Uitwisseling


Het eerste wat ik zie wanneer ik haar de hand schud in het Brusselse Centraal Station is een langgerekte tatoeage op haar middenvinger. Een ring, denk ik. Hier kom ik normaal nooit, zegt ze. Te veel mensen, te druk. Te veel lawaai. Ik kijk haar vragend aan.

Buiten is het licht wit, voor de eerste keer dit jaar. De stadsdiensten hebben de verbannen auto’s vervangen door watervaste krijttekeningen en met zeep geschrobde boomstammen. Misschien is er een park voor opgeofferd, denk ik. Natuur, wijs ik, en we gaan zitten.

Voor natuur hoef ik niet op mijn hoede te zijn, probeert ze te verduidelijken, ik kan er in opgaan zonder reserves. In wat ik zie als ik wandel. In mijn tuin. De bloemen en de bomen. De keien. De egels, de vogels. Vooral de vogels. 

Ik luister niet echt. Groepjes vrienden en families komen voorbij. Bijna niemand is alleen, deze zaterdagmiddag. Ik ken niet zo veel van de natuur, zeg ik. Hoe weet je of een vogel gelukkig is? 

Oh, zegt ze. Dat is makkelijk. Je hoort het aan zijn gefluit, je ziet het aan het glanzen van zijn veren, de kleuren. Hoe hij voedsel zoekt, en vindt. De manier waarop hij zijn nest bouwt. Hoe de boom omgaat met dat nest.

Ik glimlach, leg haar met mijn hand op de schouder het zwijgen op.

foto © riaAerts www.riaaerts.com
foto © riaAerts
http://www.riaaerts.com

We kijken samen naar wat voorbij komt. Iemand in een carnavalspak. Een peuter met een willetje. Ze blijft staan, zoekt oogcontact met haar moeder en wandelt langzaam achteruit. Dan draait ze zich om, en hop, ze rent er vandoor. Een zwerver met een mooie hond. Een zakenman die op google maps kijkt. Een meisje met een gitaar en een versterker, ze installeert zich op de hoek van de straat. De peuter is terug gevangen, het hele gezin schatert het uit.

Onbekende mensen, zegt ze, dat is makkelijk. Maar wanneer ze beginnen te praten, trekken ze stukjes uit mij. Ze bestuderen me, vinden het raar wat in mijn kop zit. Ik pas niet.. En al weet ik wat ik moet doen om erbij te horen, ik kan het niet. Niet meer.

Het meisje stemt haar gitaar, en stalt een bakje met in eigen beheer uitgebrachte cd’s uit.

Kijk toch, preek ik. Al die mensen zijn hun eigen verhaal. Kijk naar hun gezicht. De pijn, het geluk. Kijk naar hun kleren. Naar de winkeltassen die ze dragen. Ze zijn niet anders dan jij. 

Ze glimlacht. Misschien, zegt ze. Het is een vlinder, op haar hand. Ik zie er meer, en er is ook een olifant. Oh, die, zegt ze. Dat is een olifant die danst. Hij is nieuw. Het is niet makkelijk om een olifant te laten dansen.

Het meisje op de hoek slaat een eerste akkoord aan. Stopt, begint een verhaal te vertellen. Mensen blijven staan. De zwerver met de mooie hond komt terug, en zet zich op het asfalt. Hij rolt een sigaret. Dan zingt ze. We luisteren. Kinderen gooien wat geld in haar gitaarkist. Het volgende liedje, zegt zedraag ik op aan iedereen die zich zijn laatste gebroken hart nog kan herinneren. Dat mag je nooit vergeten. Ook niet wanneer je hart smelt in de armen van een nieuwe geliefde. Vooral dan niet. 

Die vlinder, zegt ze, op mijn vinger. Dat is er één die tranen drinkt. Van krokodillen meestal. Maar soms ook van mensen. 

We staan op. Goed, zeg ik, laten we beginnen. Jouw vogels zijn mijn mensen. Jouw bloemen en bomen mijn gebouwen. Jouw rivier mijn straat. Ik laat je de stad zien. 

We zien kerken en huizen. Musea en appartementsgebouwen. Boekwinkels en een café. Vergane glorie en gewone lelijkheid. Daartussen mensen, en hun stemmen in talen die we maar af en toe begrijpen. Een hond hier en daar. Ik richt haar blik, verzin het verhaal van de gids wanneer ik het zelf ook niet weet.

Drie uur later zitten we terug op de boomstam. Het meisje met de gitaar zingt hetzelfde liedje voor de gebroken harten. Zie je, zeg ik. Ook in de stad komt alles steeds terug. 

Goed, zegt ze. Dit is dus de stad in de zon, op een zaterdag wanneer ze als een behaagzieke kat op haar rug ligt en bedelt om een aaitje. Niet slecht.

Ze laat een stilte vallen, en zwaait met een vinger. Binnen twee weken. Dan laat ik jou de natuur zien. Want jouw mensen, die vliegen niet. Jouw gebouwen bloeien niet. Jouw straten gaan niet op in de zee. 

We schaterlachen allebei.

Advertenties

11 gedachtes over “Uitwisseling

  1. hoe weet je of een vogel gelukkig is?… het mooie is juist dat dat bij vogels niet zo belangrijk is als bij mensen! ze zijn gezond of ziek, de monogame treuren als hun partner dood is, ze blijven even verweesd achter als hun nest leeggeroofd is, de kauwen spelen op de wind,… voor de rest is het een duidelijk, simpel leven 🙂

  2. mooi, dat ‘Jouw vogels zijn mijn mensen, jouw bloemen en bomen mijn gebouwen, jouw rivier mijn straat’ en daar dan tegenover dat einde, die laatste 2 alinea’s… mooi!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s