Fred


Niemand in mijn vriendenkring heet Fred, en dat is een gemis. Er verbergen zich hoogstens een paar lafhartige verraders achter het ietwat pompeuze Frederic nu, maar mijn jeugd was doordesemd van beroemde Fred’s. En er is geen beterschap in zicht. De laatste vijf jaar zijn er welgeteld acht nieuwe Fredjes op de Vlaamse wereld gezet. En ik ken niet eens één van de dappere moeders.

De uitnodigende pijl naar F.R.E.D. was dan ook onweerstaanbaar. De zaak ligt wat achterin, heeft geen etalage. Ik verwachtte design of boeken, of een obscuur fietsenmerk, in elk geval een schatkamer vol hebbedingen, maar nee, de Facility for Research Expression and Development verkoopt dameskledij. Een mooie winkel, wel. Met mooie meisjes die een uitgelezen clientèle aan bijzondere kleren helpen. Abstracte kleren, puur geest.

Geen hitsige massa’s hier, op zoek naar dat ene koopje. Geen gezellige chaos zoals in de de grote magazijnen, waar je nog kan zien hoe een mouw kermend probeert te ontsnappen aan de vormeloze massa en uitgeput en verslagen als een krul over de rand van de tafel bengelt, zoals Freddy Maertens destijds over zijn stuur, hijgend, net na een fantastische sprint waarin hij weer eens was gerold. Steeds was er dan Fred De Bruyne, de legendarische wielrenner en reporter, een echte volksmens ook, om met een sardonische grijns de dodelijke vraag te stellen. En, Freddy, hoe voelt het om weer niet te kunnen winnen?

Het aanbod is niet wat ik van een Fred had verwacht.

Te proper, en niet geheel gespeend van artistieke ambitie. Op een tafel in een hoek ligt een kunstwerk. Het is te zeggen. Er staan verfpotten, en een pancarte met wat uitleg. Willem Cole, de kunstenaar in kwestie, nodigt je uit om twee kleuren te kiezen. Daarmee word je dan verondersteld twee vierkanten te schilderen, naast elkaar. Zelf. Dat is dan je portret, copyright Willem Cole.

Goh.

foto © riaAerts www.riaaerts.com
foto © riaAerts
http://www.riaaerts.com
Fred Brouwers schiet me te binnen, en hoe die met een gigantische strik rond de nek de Koningin Elisabeth wedstrijden van commentaar voorzag. Altijd beleefd, de eigen mening verborgen achter de hoogte van zijn wenkbrauw.

Knijp ik nu één oog dicht, dan zie ik een absolute fuck-up. Wat is de bijdrage van de kunstenaar hier? Een idee? Een tekstje van nog geen tien lijnen? Moet ik mij laten reduceren tot twee monochrome vierkanten?

Daar zit ik dan, met mijn karaktertekening, de pietluttigheid van het juiste woord, de aarzeling om een lange zin te schrijven. Nee, dit is onzin, de abstractie van deze doe-het-maar-zelf kunst lacht me vierkant uit. Ook al gaat het om Boss verf.

En dan knijp ik het andere oog dicht. Volg de lijnen van een hardnekkige logica, een creatieve logica, tot het punt waar dit kan. Waar het echt is. En mooi, op zijn manier. Willem Cole maakt al jaren uitgepuurde portretten. Blijkt geobsedeerd door kleur, en door vlakken. Hij heeft een wiskundige geest, laat hij ergens optekenen. En toch kunstenaar. Of misschien wel net daarom.

Maar het is geen Fred. Fred morst. Zijn oranje is vlekkerig, zijn boeken liggen in stapels en zijn kleren hebben geen stijl. Maar vooral, hij is niet bedacht. Hij leeft bij gratie van tegenstellingen, eist het recht op om onzuiver te zijn, de vruchten van zijn slordige leven willekeurig verspreid over stad en land.

Tijd voor een protestbeweging! Meer grijns, en minder verfijnde glimlach. Uitlachen, dat moeten we met deze overgeorganiseerde wereld doen.

Ik wandel verder door de winkel en tref een grote tafel. Ze bestaat uit kleine vierkantjes van alle kleuren die Willem Cole in de aanbieding heeft. Zo is het mooi. Zuiver. Orde brengt rust, en ik voel mijn hartslag en ademhaling vertragen.

Een mooi meisje wekt me en vraagt of ze mij kan helpen. Even ben ik in de war. Natuurlijk kan ze dat, en bijna begin ik uit te leggen hoe dat zit, met Fred. Dat een lege tafel maar doods is, en het echte leven woekert, daarbuiten. Moet woekeren. Maar net op tijd besef ik dat ze gewoon haar werk doet. Ik mag Fred dan wel missen, maar om me nu te hullen in vrouwenkleren en in deze winkel het prediken te starten, dat is een stap te ver.

Het komt erop neer dat ik schaapachtig grijns en iets mompel van mooie winkel. Het meisje lacht begrijpend terug. Parels voor de zwijnen, denkt ze. En alweer iemand die niets koopt.

Terug op straat recht ik mijn rug, de blik zelfzeker. En dan doe ik het. Luidkeels.

Yabadabadoo.

Advertenties

3 gedachtes over “Fred

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s