Jezus is een meisje


Het enthousiasme en de vasthoudendheid waarmee ze de boom perfectioneert, verwarmt mijn hart. De derde ronde heeft een extra lading gebracht. Gestileerde, groenblauwe, maar volstrekt onrealistische dennenappels. Waar is het toch fout gegaan met rood, en rond? Zelfs een grote groene bol moet even plaats maken. Ze reikt me hem aan, en ik wil een trucje doen, maar plof! Hij verkiest een knalletje boven een aai van mijn tenen.

Het brengt de wereldvrede niet bepaald dichterbij.

Het was de mooiste bal van allemaal geweest. Van een bijzonder groen. Een erfstuk bovendien. Onvervangbaar.

Ik maak alvast zelf de opmerking over de ezel in de stal, maar ook dat valt niet in goede aarde. Soms wordt zelfspot arrogantie. Terwijl zo’n boom toch minstens een halve liter drank per dag nodig heeft. Voor zover ik het zelf kan inschatten ben ik nog niet zo ver.

Weet je wat, zeg ik, ik ga wel even de stad in, kijken of ik een andere schoonheid vind voor in die boom.

Het einde van het jaar zit altijd al vol buitensporige ambitie, alsof die eerste elf en een halve maand maar voor te lachen zijn geweest. Dit voorstel tot staakt-het-vuren lijkt me een eerbare poging tot realisme, al overtuigt de vorm van haar wenkbrauwen me om niet op een antwoord te wachten. Sokken en zomerschoenen, en ik kan op pad.

foto © riaAerts www.riaaerts.com
foto © riaAerts
http://www.riaaerts.com

Op deze laatste zaterdag voor Kerstmis zijn de vluchtingen weer massaal toegestroomd. Plattelandsbewoners hebben het verkeer tot stilstand gebracht en de parkings gevuld. Snel! Een spreidingsplan! Waar blijft de politiek nu? Ik kijk met enig mededogen binnen in de stilstaande auto’s. Er wordt gezwegen. Er wordt op smartphones getokkeld en gescrold.

Als schapen zijn ze in de fuik gelokt, verkeersdeskundigen hebben alle sluipwegen vakkundig dicht getimmerd. Ik dartel tussen de auto’s door, tik hier en daar op een raampje om gedag te zwaaien. Maar ze zijn bang, deze vluchtelingen. Sommigen brengen de wijsvinger naar het voorhoofd als ze me zien schaterlachen, alsof ik de vreemde hier ben, en niet zij.

Maar ter zake! Ik heb een opdracht vandaag,  de wereld verbeteren zal voor een andere keer zijn. De kerstversiering blijkt bij de goedkope winkels al uitverkocht, op een zeldzaam en lelijk lichtsnoer na. Duurdere winkels houden hardnekkig vast aan de volle prijs. En misschien is een bal van Alessi er wel een beetje over, al knipoogt de versie in ezelvorm me verleidelijk toe. Tussendoor koop ik wel alvast een zak chocolade zwarte pieten, in uitstekende conditie nog, aan de helft van de prijs.

Iets in de logica van het kapitalisme ontgaat me.

Ik besluit mijn pas verworven rijkdommen te delen. Er zijn genoeg kindjes op straat. Aan de hand van hun ouders, in een buggy achter plastic, op kleine trapfietsjes. Met een brede glimlach begin ik de chocolade uit te delen. Kijk eens wat de Sint met zijn Zwarte Pieten heeft gedaan? vraag ik hen dan. Ze zomaar alleen hier achtergelaten! Zou jij je misschien over zo’n arm, in de steek gelaten mannetje willen ontfermen?

Vaders worden kwaad. Moeders worden kwaad. Kinderen raken in de war. Zelf snap ik het ook niet goed. Al die mensen zijn toch op cadeautjesjacht? Dan krijgen ze iets, en is het weer niet goed. Een man die het goed bedoelt? Onmogelijk! Een kinderlokker, een gevaar voor de maatschappij, een terrorist! Jezus moet wel een meisje zijn, tegenwoordig, wil hij nog iets betekenen.

Om te laten zien dat ik het goed meen, bijt ik de kop van zo’n mannetje af. Dan zie je toch niet meer dat het een zwarte piet is? De chocolade is uitstekend, maar het lost het probleem van mijn geloofwaardigheid niet op. In de verte patrouilleren militairen door de straat. Tijd om een winkel binnen te vluchten.

Het is een dodenwinkel. Aan de muren hangen geprikte vlinders in houten kaders, en insecten. Een gigantische spin ook. Op de schabben liggen schedels ter decoratie, en staan grote dozen vol stenen waarin dieren hun laatste afdruk hebben nagelaten. In de gewijde stilte zoeken lagere schoolkinderen stenen uit, grootmoeders met hetzelfde talent voor vreemdheid denken voor zichzelf een toekomst.

En dan zie ik ze. Een rijtje opgezette egelvissen. Die blazen zich op tot een bol als ze bang zijn, stekels alle richtingen uit. Ze hangen aan een haakje, zijn net groot genoeg. Perfect voor de boom. Ik laat er eentje inpakken als cadeau. Terug buiten knipoogt een ster me toe.

Ja, Jezus is een meisje. Dat moet haast wel. En anders een zwarte piet, dat zou ook kunnen.

Advertenties

7 gedachtes over “Jezus is een meisje

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s