Angst


Ze zijn keurig uitgedost. Stevige stapschoenen, een waterdichte regenjas in fluokleuren, en een broek met meer ritsen dan te verbergen lichaamsdelen. De vader is ook nog druk in de weer met een camera, moeder en dochter praten honderduit. Er dreigt regen, maar ze zijn er klaar voor. Buiten het hotel wacht het avontuur.

Daarnet zaten ze nog aan de ontbijttafel. Ik zeg tot mezelf, bij het aanbreken van deze dag (en bij een laatste koffie), dat ik ook vandaag weer allerlei mensen zal ontmoeten. De bemoeial, de ondankbare, de mateloze, de bedrieger, de jaloerse, de eenzelvige. Ze zijn zo, de mensen. En ze werden zo omdat goed en kwaad toch zo moeilijk te onderscheiden zijn. Ik lees Marcus Aurelius op de iPad, actueler dan de krant. Wat zou de vader zijn? Bedrieger? Eenzelvig? Hij is niet op zijn gemak. Opgevouwen in een hoekje, zijn lange lijf naast zijn dochter, schuin tegenover zijn vrouw. Ze kijken mekaar niet één keer aan.

Het is  Boek twee, overpeinzing één. Het gaat verder. Bovendien heb ik de natuur van de zondaar doorgrond en ontdekt dat wij verwant zijn, niet omdat we familie zijn, maar omdat we deel uitmaken van dezelfde mensheid. Ik kan niet boos worden op mijn naaste of hem haten, want wij leven om samen te werken. Zoals de voeten, de handen, de oogleden, en de boven- en ondertanden.

Toch nog maar een laatste mini-croissant dan. Ook al ben ik dan de mateloze, straks ga ik de natuur in en verbrand die calorieën. De keizer-filosoof, in de tweede eeuw de baas van het Romeinse rijk in zijn meest uitgestrekte vorm, schrijft zijn overpeinzingen neer aan de oevers van een zijrivier van de Donau. Een veldtocht in een uithoek van zijn Rijk. Hij heeft zijn best gedaan, Marcus Aurelius, om te leven volgens de stoïcijnse principes. In de diepte, wars van oppervlakkig genot en de waan van de dag. Het gemeenschappelijk belang hoger schatten dan jezelf. Aanvaarden van het lot en het besef van je eigen nietigheid.

foto © riaAerts www.riaaerts.com
foto © riaAerts
http://www.riaaerts.com

Maar daar zit je dan in je keizerlijke tent, vol nobele bedoelingen. Een ijzeren harnas om het lijf, de geur van teveel mensen op een kleine plek, achter een net opgetrokken omheining. Het zijn geen goede tijden. Natuurrampen, opstanden, oorlogen. Het Rijk begint te verbrokkelen onder je handen, en angst regeert. Leven om samen te werken, terwijl de anderen net alles doen om te vernietigen wat jij belangrijk vindt?

Je zou je voor minder afvragen wat de zin van je leven is.

Mensen zoeken een stille plek om zich terug te trekken op het land, aan de kust of in de bergen. Ook jij wil dat. Maar dat is geen goed streven, want echte rust vind je enkel in jezelf.

Dat kan zijn, maar ik maak me toch klaar voor mijn wandeling. Het druppelt al, en ik ben minder goed voorbereid dan het gezin. Mijn regenjas ligt nog thuis. Ik zuig mijn longen vol boslucht en voel hoe het mijn lijf deugd doet, hoe het beweegt, en ik laat mijn geest afdwalen.

Ik stel het beeld een beetje bij. Het regent, buiten die keizerlijke tent, en het is koud. De keizer zit er mistroostig bij, schrijft ondertussen die vage onrust van hem af. Hij is al oud, mag er zeker nu niet aan toegeven, aan dat gevoel dat hij zich misschien vergist heeft. Dat wie de angst hanteert als wapen altijd wint op het einde, dat begrip en mededogen altijd onderdoen voor paniek. En er is niemand daar die hem in het donkerste uur van de nacht in het oor fluistert dat het allemaal weer goed komt. Geen warm lijf om hem vast te houden. Alleen een hond aan de voet van zijn bed.

Ik let niet goed op en mijn voeten zakken diep weg in het drassige land. Mijn schoenen blijken niet waterdicht. Fuck Marcus Aurelius, maar ik kan het enkel mezelf verwijten. Het zijn niet de omstandigheden die je geest in beslag nemen. Integendeel, zij staan er onbeweeglijk buiten. De oorzaak zit binnenin, het is wat je er over denkt wat je in verwarring brengt. Het duurt even voor ik weer in beweging kom, een richting kan kiezen.

Het wordt de smadelijke terugtocht.

Wanneer ik verkleumd terug binnen ben, en me in de kleine sauna van het hotel wil opwarmen, zit het gezin daar. Moeder en dochter babbelen nog steeds, de vader zit met opgetrokken knieën en afgewende blik. Hij kijkt me even aan, zijn blik één en al berusting. Voor mij is er geen plaats meer.

Advertenties

5 gedachtes over “Angst

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s