Writer’s block


Het is al laat op de avond, en we hebben wat gedronken. De wereld is een ingewikkelde plek, zucht ik. Aan de toog wordt instemmend geknikt. En dan heb ik het niet eens over de toestand in Syrië, zeg ik, of de nieuwe James Bond, of over alle business modellen die dreigen disrupted te worden.

De toog neemt gemakshalve aan dat er een verhaal over een vrouw zal volgen, maar dat is niet waar mijn geest mee bezig is. Want er is één ding waar ik nog minder van begrijp.

Koperdraad.

Dat wondere materiaal waar alle energie en data door stroomt.

Zolderkamers, die begrijp ik wel. Schaars verlicht als ze zijn, met enkel een dakraam en een peertje dat ondertussen buiten de wet is gesteld, geven ze toegang tot het dak, en iets als omgekeerde zwaartekracht zorgt ervoor dat spullen er zich terugtrekken voor ze transformeren tot vintage, of besluiten definitief te ontbinden.

Een grote held ben ik niet, tijdens wilde stormen kruip ik niet door dat dakraam om een overlopende dakgoot te ontstoppen. Liever warm ik me op zo’n regenherfstdag aan dat gloeiend lampje. Ik zet me dan op een afgedankte keukenstoel, snuif de houtgeur op, en luister naar het huis dat zijn opgespaarde gekraak lost in diepe zuchten.

foto © riaAerts www.riaaerts.com
foto © riaAerts
http://www.riaaerts.com

Daar zit ik dan, met gesloten ogen, zelf heel en al koperdraad en medium, verbonden met de geschiedenis van het huis. Deze zolder is al zo vaak helemaal leeg gemaakt. Mensen hebben hier afscheid genomen, hun herinneringen voorzichtig van de muren los geweekt.

En af en toe, terwijl ik daar zo zit, stroomt er gedicht door mijn koperen aderen. De woorden rollen dan in mijn mond, haken achter de huig, en stuiteren tegen de oude spullen. Enfin, dat geldt toch voor sommige gedichten, vooral die over jazz.

Het was op zo’n moment, ik had net een eerste strofe klaar

De pianist kromt zijn vingers rond de toetsen.
Zachtjes, zoals alleen een oude man dat kan, roerend postcoïtaal.

dat het peertje het met een zachte plop begaf. Het was al donker buiten. Ik dacht me een weg naar de deur, maar struikelde onderweg toch over een stofzuiger die pas ziek was geworden.

Een lamp vervangen lukt me doorgaans nog wel. Ik vond er de volgende ochtend een paar, maar ze weigerden allemaal dienst. Elders waren ze verblindend helder, er was dus iets anders aan de hand. Had de antieke gloeilamp de fitting mee gesleurd in zijn ondergang? Heel de elektrische voorzieningen op het hoogste niveau van het huis onklaar gemaakt?

Writer’s block. Een tweede strofe schrijven zou zo niet meer lukken.

Het stopcontact bleek nog in staat het amechtig gepiep van de stofzuiger te voeden. Oef. Maar toen ik me met krakende knieën over de stofdraad boog die in grote lussen tot aan de fitting leidde, bleek links en rechts wat dof koper te zien, het plastic helemaal verduurd.

Ik kwam met een grote glimlach weer beneden. Er moet een nieuwe draad komen, zei ik. En een nieuwe fitting. En een lamp. Meer dan gefrons leverde het me niet op. En de mededeling dat de Brico open was.

Ik heb een bloedhekel aan die winkel. Als een analfabeet in een boekwinkel, zo voel ik me daar.

Allez, zegt de toog. Wij vinden dat net plezant, het is één van de weinige plekken waar je nog te hard mag lachen.

Ik sluip er voorbij de verfafdeling, waar een mooie vrouw een pot sepia bestudeert, en kom bij de elektriciteit. Een bak wurgnippels. Echt. Zo’n mooi woord. En zeven soorten draad. Ik kies er willekeurig eentje uit, beslis dat ik er negen meter van nodig heb, én maak gebruik van de speciale aanbieding: een kabelknipper. Een beetje beschamend aan de kassa – een vent van mijn leeftijd die zo’n basisstuk niet in huis heeft – maar de inspiratie moet in goede banen worden geleid.

In een hoekje staat designverlichting, en ik kies er een grote bol uit, met fitting. Veel te duur, maar de start van de definitieve inrichting van de zolder. Dat moet nu maar eens, anders komt die roman er nooit.

Terug thuis ga ik meteen aan de slag. Ik verzamel kaars en een opgeladen smartphone, schakel onder luid protest de hele elektriciteit uit, en pruts de contactdoos open. Nog meer koper. Ingewikkeld. Ik neem een foto, en begin aan de operatie. Een uur later sta ik weer beneden.

Een knal zeker?  De toog heeft al leedvermaak.

Nee, zeg ik. Niets.

Geen knal, alles in huis werkt nog. Behalve die lamp op zolder. En het stopcontact. Dat doet het nu ook niet meer.

Advertenties

9 gedachtes over “Writer’s block

  1. Een schrijver zou zich toch nooit mogen laten afleiden door een technische storing, of andere ‘banale’ afleiding: Hij is aan’t schrijven of niet. Een klaarstaande voorzienigheid had wonderen kunnen verrichten op dat moment (van concentratie). Een olie- gaslamp bijvoorbeeld?, werkt altijd. De klus wordt later opgelost en is voor iemand anders;

    De roman moet er wel komen,..met afleidingen maak je toch korte metten.

    Dé werkplek, je kan ze zien en ruiken! Mooi onder woorden gebracht.

    Veel succes, het start-shot is gegeven!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s