Utopie


De Grote Markt van Mons is normaal parkeervrij. Beter voor de gezelligheid, en voor de foto’s. Maar vandaag is een uitzondering, blijkbaar trouwt er een belangrijk koppel. Uit de straten rondom en uit de parkerende auto’s stromen feestelijk uitgedoste mensen. Iedereen draagt blinkende kleren, onwennig geknoopte dassen en knellende schoenen. Een bekend politicus glimlacht minzaam tussen zijn fans, een Ferrari slalomt tussen de massa.

Ook in deze bij uitstek socialistische stad blijkt het gelijkheidsbeginsel erg relatief. Statusverschillen en privileges, die mogen ook hier bestaan. Is er eigenlijk nog wel iemand die beweert te weten hoe de ideale wereld eruit zou moeten zien? Hoe dat zou moeten gaan, mensen die door elkaar wriemelen, ieder met een plek en een bestemming en een set van instructies die – wanneer correct uitgevoerd – leiden tot tevredenheid, en wie weet zelfs geluk?

Ze zijn niet alleen, de feestvierders. Een tweede groep wriemelt door de stad. Culturele toeristen, zoals wij. Wel minder dan we hadden verwacht. We hebben ons niet goed voorbereid, en volgen lukraak een ander groepje toeristen. Zij lopen midden op straat. Dat is deel van onze set instructies, het is de enige manier om de herenhuizen langs de kant goed te zien. Een local in een mini toetert ons terug het voetpad op. De stad is niet van ons.

We belanden bij de ‘atopolis’ tentoonstelling. Hedendaagse kunst met een boodschap. Over hoe de ideale stad, en bij uitbreiding de wereld en je leven te organiseren. Er is geen vastgelegd parcours, zegt de juffrouw aan de balie, je bent vrij.

foto © riaAerts www.riaaerts.com
foto © riaAerts
http://www.riaaerts.com

Wij hebben een strak gecodeerd systeem, en beginnen netjes bij zaal A. Daarin hedendaagse kunst zoals we die kennen. Een half gebakken idee, rafelig aan de randen, letterlijk opgeblazen tot het ons levensgroot in het gezicht slaat, of obscuur gemaakt – zonder bijsluiter niet te verteren. En toch. De gigantische ballon die aan het plafond hangt te dansen maakt me blij. Alle vlaggen van de wereld naast elkaar, blijkt, elk een centimetertje breed. Iedereen gelijk.
Ik meen Brazilië te herkennen, en zoek tevergeefs naar Japan.

In de volgende zaal kom ik thuis. Het is een wirwar van onder tape verborgen meubels, werkende en gesloopte elektronica, en sculpturen van piepschuim. Een rommelhoopje, met betekenissen die alle kanten uit kunnen. Af is deze wereld niet. Dat herken ik, en het kan ook niet. Er ligt knutselmateriaal, stiften en papier. Hier zou ik kunnen leven, al vrees ik het moment dat de stofzuiger boven zou worden gehaald. De plek jeukt, is lelijk en warm tegelijk. Een thuis, en ik zet me in een krakende zetel.

De centrale figuur is Eduard Glissant, een schrijver die op zijn eentje een plaats heeft afgedwongen voor de Creoolse identiteit. Hij staat symbool voor de zelfverwezenlijking van minderheden, de gelijkwaardigheid van ieder in een geglobaliseerde wereld. Verbonden zijn en toch jezelf blijven. Het is een uitdaging. Stel je voor dat de massa feestvierders hier binnenvalt, glas in de hand. En dat ze het huwelijkspaar dan achterlaten, als deel van het ritueel. Om te leren hoe je een band kan scheppen die de openheid naar de rest van de wereld bewaart.

Van de teksten die de vorige bezoekers hebben achtergelaten, zijn vele ronduit onnozel. Het maakt niet uit. Ze hebben plezier gehad in schrijven en op te hangen. Misschien is dit de basisset instructies die kunst ons kan meegeven: een beetje respect voor de rommel van de ander, wat aanmoediging van een suppoost, en oprechte interesse in wat een ander te vertellen heeft. Moet een utopie groter zijn dan dat? Een leven?

Ondertussen veegt regen de straten schoon. Iedereen weer binnen, en onze paraplu is in de auto achter gebleven. Als plannen een noodzaak is voor de ideale stad, dan doen wij niet mee. We vluchten het eerste het beste café binnen. Dat het jammer is dat de tijd van de utopieën voorbij lijkt, zeggen we. Politiek noch kunst tonen echt de ambitie om iets te doen aan onze lijdzaamheid. Een ideale stad, zo zijn wij het vrolijk oneens, heeft die galerijen om onder door te wandelen, of laat die net ten volle de elementen vrij spel? Wat is beter, bescherming, of beleving?

We hebben weinig toe te voegen aan Mons. Een vraagteken, dat hebben we vanuit onze beplakte zetel op een wit papier gekrast. En twee verstrengelde zelfs, dat ook. Onze bijdrage. En bij een glas bier vinden we het niet eens erg meer dat we het ook niet weten, hoe het allemaal verder moet.

Advertenties

Een gedachte over “Utopie

  1. Een zeer mooie bijgekleurde blik op de werkelijkheid!
    Of het nu ironie of sarcasme is, dat weet ik niet zo direct te omschrijven. Beide vormen ademen het verhaal uit : geveinsd, bedoeld of niet, agressief of niet ?

    Een mooie song past hierbij :Isbells, ‘Nothing goes aways’, album ‘Billy’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s