Wolfgangsmeer


De vier meisjes lijken griezelig veel op elkaar. Hetzelfde lange, smalle gezicht met vurige ogen. Ooit zullen die mannen tot stof herleiden, maar tot dan houden donkere vlechtjes het vermoeden van onschuld nog even op. De jongsten zijn een tweeling van zes, de oudste is tien.

Er zijn ook ouders.

Het is al laat op de avond, en ze onderhandelen een plaats op het terras van het restaurant. Wanneer de ober de kaarten brengt, ontspint zich een intens democratisch proces. De tweede werpt zich op als bemiddelaar. Ze fladdert van de schouder van haar vader naar de oudste en terug, met een zijstapje naar de moeder. Ze veinst enthousiasme bij een gerecht wat ze niet lust, kwestie van even later iets toe te kunnen geven.

De puber en ik zijn net klaar met onze wienerschnitsel. Het idee van een wandeling door het stadje geven we op, we bestellen nog een spuitwater en een kwartje wijn.

Ze zien er niet erg Duits uit, zeg ik.

Nee, antwoordt hij, maar ze lezen de kaart en praten vlot met de ober. Dus.

De jongen heeft oog voor detail.

foto © riaAerts www.riaaerts.com
foto © riaAerts
http://www.riaaerts.com

De drankjes worden gebracht. Appelsien voor de tweeling, tomatensap voor de oudsten. Een halve liter witbier voor de ouders. Ze drinken, en een vriendelijke conversatie daalt neer over de tafel. Dan staat de tweede recht en haalt twee dikke boeken uit de rugzak bij haar vader. Eén voor de oudste, één voor haar. De tweeling kijkt voor zich uit.

Ze zien eruit alsof ze iets belangrijk en geheim doen, zegt de puber. In het echte leven.

Wetenschapper misschien. Of hoofd van productontwikkeling. De vader heeft een stugge zwarte baard, een montuurloze bril en terugwijkend haar. Er is een deel van de wereld dat aan zijn voeten ligt, en hij is daarbij op zijn gemak.

Zij werkt ook, zegt hij. Die vier kinderen houden haar niet thuis.

De vurigheid in haar ogen is verveld tot een monkellach. Ja, zeg ik, er zit een weidsheid in haar gebaren, die alleen maar komt door te veel te zien.

Aan de tafel achter ons slaat een Nederlands joch aan. Hij heeft zijn hoofd gestoten, en ook zonder microfoon deelt hij zijn lijden met ons. Het laser waterpistool bungelt machteloos aan een vinger. De ouders kijken hem geamuseerd aan, het hondje aan hun voeten heft vragend de kop.

Hoe doe je dat, vraagt de puber, kinderen zo opvoeden dat ze perfect lijken te zijn?

Ik ben wel de laatste aan wie hij die vraag moet stellen. Ik heb niet het idee dat ik jou ooit heb opgevoed, zeg ik. Als een kind vanzelf een beetje de juiste kant uitgaat, en meestal is dat zo, dan hoef je als ouder vooral niet te veel te doen.

Hij kijkt me aan. Ik ben alleen, zegt hij. Vier lijkt me ingewikkelder.

Het eten wordt gebracht. Pasta voor de kinderen, vis voor de ouders. Een laatste paragraaf wordt uitgelezen, eten gebeurt in een bijna meditatieve stilte. Met mes en vork, alle vier de kinderen, serviette op de schoot.

Ik herinner me één gesprek, zeg ik. Een echt gesprek. Je was zeven, of zo.

Ja, zegt hij, dat herinner ik me ook. Over liegen. Niet dat ik nu nooit meer lieg, maar niet meer achteloos.

De Nederlanders zijn ondertussen in gesprek geraakt met de kleine zelfstandige die hen eerder de dag een bootje heeft verhuurd. Wat denken die Grieken wel, hoor ik. Ze zijn lui en willen niks veranderen. En dan verwachten ze dat wij hen betalen! Wij moeten er toch ook hard voor werken.

De zelfgenoegzaamheid in hun stemmen sluit alle ironie uit.

Alle volwassenen liegen, zeg ik. Al willen ze dat niet altijd van zichzelf weten. Onder de vlag van de waarheid gaan veel leugens schuil. Of andersom. Het is een kwestie van gezichtspunt. Jouw perspectief is nooit het enige. Je hebt breedte nodig.

De tafel wordt afgeruimd, truitjes komen uit de rugzak. Ze vragen de rekening.

Zullen zij nog weten, later, hoe ze hier zaten, en gelukkig waren?

Dat weet ik niet, zeg ik, misschien zal één dit zich later als de hel herinneren, en een andere als de hemel.

Zullen wij ook gaan?

De puber knikt.

Wanneer we door het stadje wandelen, zien we ze in de verte. De rugzak op de smalle rug van de vader, de kinderen elk aan één hand van een ouder.

Wij kopen nog een ijsje.

Advertenties

2 gedachtes over “Wolfgangsmeer

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s