Stof


De kamer baadt in het felle zonlicht. De grote ramen maken het dwarrelende stof genadeloos zichtbaar. Het is ook warm, ik moet leren om het raam open te kantelen, ’s ochtends, voor ik in de lentekou naar het werk vertrek.

Ik gooi mijn rugzak in de hoek, trek een short en t-shirt aan en geef toe aan de dwang van de zon. Met een natte vod ga ik het stof op vensterbanken en tafels te lijf. Het duurt niet lang voor de zon achter de gebouwen verdwijnt, het verkeer uitdunt en de radio trager begint te praten. Ik moet ook nog koken. De vloer is vuil, maar met het licht verdwijnt ook de urgentie.

Licht verandert alles.

foto © riaAerts www.riaaerts.com
foto © riaAerts
http://www.riaaerts.com

De middag was grauw geweest, met lage bewolking en toeristen die verdwaasd een bezigheid zochten. Can you show us the way to the casino? Een ouder Amerikaans koppel heeft last van heimwee. I’m not sure, antwoord ik. Hij heeft een petje op, en zij is zo weggelopen uit een documentaire over smalltown America. But I think it’s that way, en begin een ingewikkeld verhaal over twee mogelijke plekken.

Dat, zo weet ik ook wel, is een professionele fout. Ik heb het plan van het centrum van de stad voor mijn ogen, kan in gedachten terugkeren op mijn stappen en een andere weg kiezen. In de wirwar die de stad voor hen is, kunnen zij dat niet. Ik voel me schuldig, en zoek het achteraf even op. Oef. Ik heb ze tenminste de juiste richting uitgestuurd.

Vis, broccoli en gekookte aardappelen. Mijn maaltijd is simpel. Ik laat de gordijnen open terwijl ik eet, de wereld hier binnen is klein. Verkeerslichten geven de stad een regelmatige hartslag, en het gezoem van de auto’s maakt me rustig en energiek.

Ik moet echt stofzuigen, en ik stel me voor dat het deze keer definitief is. De laatste, Grote Stofzuigoperatie. Voor eens en voor altijd. Zoals je de laatste keer inzet aan de roulette tafel, met het soort wanhoop waar je je pet voor afzet, de ogen even naar binnen keert en er dan voor gaat. Het is tijd om een einde te maken aan de voortdurende wispelturigheid van het stof. De auto’s buiten, die hebben toch ook een richting gekozen? Laten zich leiden door hun GPS, recht op het doel af. Er is, er moet toch een groter plan zijn?

Ik breng mijn lege bord naar de keuken. Deze missie kan alleen goed gaan als in de kamer alle lichten branden. Ook de kaarsen, met vier in hun schoteltje. Ik controleer nog even de stofzuigerzak, en start de motor.

Het is hier niet zo groot, en ik ben snel klaar met een eerste ronde. Ok. Ik kijk rond met de scherpste heersersblik die ik in me heb. De leeslamp, waar ik anders alleen maar onder zit, blijkt bovenop ook een vangnet voor stof te zijn. Ik vul mijn wangen en blaas. Dat helpt niet, en ik haal opnieuw mijn natte doek boven, op zoek naar stof op onverwachte hoogtes en voorheen onverdachte oppervlaktes.

Ergens moet het zich toch voortplanten, dat stof, en ik vraag me of hoe twee stofdeeltjes dat doen. Hoe kiezen ze een ander uit, gaat het over de meest elegante dwarreling, is er een intieme overtuiging van de goedheid en geschiktheid van net dat andere deeltje? En dan, hoe houden ze elkaar vast, wat doen ze om te versmelten, één te worden en dan weer los te laten? Of zouden het eerder toevallige, losse contacten zijn en doet stof helemaal niet zo moeilijk over zijn toekomst?

Voor de boekenkast houd ik halt. Ik aai een paar boeken over de kop, en met mijn vuile vinger voor ogen moet ik toegeven dat het plan niet realistisch is. De tweede stofzuigerronde is een beetje halfslachtig, al grijns ik nog wel in triomf wanneer ik onder het televisiemeubel een stofnest te pakken krijg. Daar zullen geen orgieën meer plaats vinden.

Ik berg de stofzuiger weer op, hul me in de schemering van kaarsen en leeslamp, en kijk of iemand in de virtuele wereld me een teken van leven heeft gegeven. Zouden ze wat gewonnen hebben, mijn Amerikaanse toeristen? Zelfs in Las Vegas kreeg ik het niet over mijn hart, gokken. Het verlies lijkt telkens zo definitief, de hoop zo futiel.

Voor het laatst die dag neem ik een besluit. Ik ga nog even de deur uit. Een ijsje, dat heb ik wel verdiend. Ik blaas de kaarsen uit. Het schoteltje ligt vol stof.

Advertenties

13 gedachtes over “Stof

  1. …tot stof en as.
    Achter as staat mijn punt.
    Stof interesseerde me lekker niet in mijn jeugd : moeder kuiste elke week alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Eigenlijk onbegrijpelijk.
    In Leuven waren er plots 2 soorten stof. Met blokken verdween een soort met de cursusboeken. Het echte stof rustte verder …
    Een stoflaag heeft iets ZEN in zich. Toch maar niet-kuisen geeft dadelijk een rustig gevoel.
    Stiekem weet ik wel dat selectieve luiheid dichter bij de waarheid ligt. Of nog beter : vrouwen hebben er wel talent voor, mannen hebben daarin een aangeboren gebrek.

    1. Of vrouwen een talent hebben en mannen een aangeboren gebrek, dat laat ik aan vrouwen over om te beoordelen. Zelf weet ik er ondertussen wel weg mee, met dat stof. Oefening en toewijding. Meer moet dat niet zijn, Ludo.

      1. Is er toch meer ?
        ..een (?) elegante dwarreling omringde mij met een stofferige aparte kennissenkring…
        Bedankt voor het inspirerende..

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s