Odyssee


Het is een late Pasen, in 1984. Maar het aangename lenteweer waar we vooraf op rekenden, onderweg van Delphi naar Olympia, wordt op de hogere bergpassen van Achaea door een sneeuwstorm weggeblazen. Wij, de zes leerlingen van het laatste jaar Latijn-Grieks uit Boom, vinden het spannend.  Onze twee begeleidende leerkrachten staan doodsangsten uit achter het stuur.

We houden halt, en bestuderen de kaarten. Fout gereden. Ze mompelen iets over verantwoordelijkheid tegenover ouders, de goden en hun werkgever, en wrijven zich over het zwetende voorhoofd. Wij denken aan hubris, maar citeren Homeros en de Odyssee, en onze koorzang spoort hen luidkeels aan niet te versagen.

Een goedkope Griekse sigaret bungelt in onze mondhoek. Alles is dan nog goedkoop in Griekenland, en roken sociaal meer aanvaard dan als homoseksuele leraar godsdienst een troep jongens verloren rijden in Griekse bergen. En niemand is vergeten dat die andere leraar dezelfde troep twee jaar eerder een naakte borst op scène had voorgeschoteld – dat was tijdens Europalia Griekenland.

foto riaAerts www.riaaerts.com
foto riaAerts
http://www.riaaerts.com

We hebben duizenden drachmes op zak, en al doen we nog niet aan communitybuilding, dreigt wereldoorlog drie elk moment uit te breken en is Angela Merkel nog gewoon assistent scheikunde aan een universiteit in de DDR, het leven lacht ons toch toe met haar sarcastische, zelfbewuste grijns.

Terug rijden, zo besluiten onze gidsen, is geen optie. Maar vijf kilometer verder is er een dorpje. Vangrails zijn er niet, en het asfalt is op veel plekken meer suggestie dan harde realiteit. Diepe kloven schemeren tussen de bomen en sneeuwvlokken. Wegmarkeringen zijn in deze publieke ruimte net zo zeldzaam als tattoo’s op het toonbare lijf en alhoewel de helft van onze klas met peilloos diep liefdesverdriet aan de reis is begonnen, trekt een romantische dood ons niet zo aan. Wij houden van woorden, niet van echt bloed of echte pijn.

Buiten de Peloponnesus is een cowboy president van de Verenigde Staten, en regeert Margaret Tatcher het Verenigd Koninkrijk met ijzeren hand. Voor het eerst wordt de burger in het algemeen, en de jeugd in het bijzonder, erop gewezen dat hij of zij zelf verantwoordelijk is voor het falen of slagen in het leven. Vangrails zijn er niet meer.

Ok, zeiden we tegen elkaar in het café, voor we dit allemaal serieus gaan nemen, zouden we niet eerst even ontsnappen naar het Griekse paradijs?

Het College antwoordt met een oorverdovende stilte en ingehouden hoongelach.

Maar dan.

Dan schrijven we brieven naar ouders en directie die klinken als het manifest van Syriza, met de belofte zelf voor geld te zorgen. We gaan alleen als iedereen meekan, en nemen onze collectieve verantwoordelijkheid om fuif en taartenwinsten te herverdelen aan de ouders die de reis niet kunnen betalen.

We gooien er argumenten over vorming en zelfbeschikking bovenop. We zoeken bondgenoten bij leraars. Wij willen Avontuur. Wij zijn Bezield. Wij nemen Initiatief. Wij voelen ons Atheners en filosofen en dappere democraten, geloven in de maakbare maatschappij, de kracht van de gemeenschap en ons eigen allerindividueelst belang.

En zo komt het dat, vele maanden later, onze dappere roergangers de kleine huurwagens voorzichtig door de sneeuw naar boven schuifelen terwijl wij debatteren over wie zijn rol als kaartlezer slecht heeft vervuld en aan het kruis dient te worden genageld.

In het dorp is het feest. Iedereen zit samen in het enige café, wat dubbele diensten draait als restaurant, ontmoetingsplek en cultureel centrum. De verschijning van twee vreemde auto’s, met daarin zes plots verlegen pubers en twee zwetende volwassenen kan niet ongemerkt voorbijgaan.

Bevoorrading is moelijk geweest, de dagen voordien, en de keuken is niet voorzien op acht extra monden. Druk overleg over een herschikking van de middelen tussen de kok en een troika stevige Griekse mama’s met vurige ogen en een snor levert opgeluchte glimlachjes op. Vanuit het niets en allerlei restjes komt er een copieuze Paasmaaltijd op tafel – met zure yoghurt als belangrijkste bestanddeel.

Onze begeleiders ontspannen zich, de lucht klaart langzaam op, en nadat iedereen ook even van de Metaxa heeft mogen proeven, stappen we drie uur later weer in de auto. We zetten de afdaling in, en verzekeren elkaar dat met dit vriendelijke Griekenland niks mis kan gaan.

Die avond in het hotel zijn ook onze leraars overmoedig. De foute weg is ook een weg, stellen ze, en vaak de interessantste zelfs, en is het niet bijna een morele plicht zich te vergissen? Dan pas lonkt het avontuur, daar is het echte leven. Ze klinken erop.

We kunnen niet anders dan het merken. In hun ogen, door het wijnglas heen, schemert de angstige vertwijfeling.

Advertenties

2 gedachtes over “Odyssee

  1. ‘Een foute weg’ : een weg is iets wat je op basis van rationele/emotionele criteria kiest of je leidt tot dat; ‘fout’ is een ethisch begrip , wie bepaalt dat ? Volgens mij mix je hier te vlug 2 aparte items met elkaar.
    In de volgende zin zeg je opnieuw hetzelfde maar dan omgekeerd in redenering ; dat ‘het een bijna morele plicht is je te vergissen’: Een vergissing is rationeel,/emotioneel; een plicht is ethisch.
    Een moraal filosoof is hier met begaan,
    Toch mooi in historiek en verhaalstijl,
    Kathleen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s