Ansjovis


Hij perst zijn rug nadrukkelijk tegen de leuning van zijn bureaustoel. Zo heb ik hem nooit zien zitten. Zijn bovenlichaam hoort zich naar voren te krommen, het zitvlak goed geworteld, ogen en handen zwevend boven de tablet op de tafel. Eén en al aandacht en waakzaamheid, de hele tijd.

Het hoort bij het spel, zegt hij. Je kan verliezen.

Ik kijk hem aan en zwijg. Er moet meer te vertellen zijn dan dat.

Ik wist niet eens dat het een spel was, zeg ik.

Hij kijkt me aan alsof hij me niet gelooft. Ik geloof mezelf ook niet, met zijn oordeel is nog niets mis.

Op de tentoonstelling ‘Right, before I die’, te zien in het Brugse Sint-Janshospitaal, maken terminaal zieke Amerikanen de balans van hun leven op. Er is een foto, er is een verhaal. God is teleurstellend alomtegenwoordig, de mens verbazingwekkend afwezig. De liefde van hun leven? Ach. Die hebben ze door de vingers laten glippen.

Het is niet alleen dat je kan verliezen, zegt hij. Je wéét dat je ooit zal verliezen. Je weet alleen niet wanneer. Wel, het is nu.

foto riaAerts www.riaaerts.com
foto riaAerts
http://www.riaaerts.com

Niemand van de stervenden claimt enige heiligheid. Sommigen zijn expliciet. Ik was een smeerlap, maar daarvoor heb ik nu niet meer de kracht. Aan de foto kan je zien dat ze er geen spijt van hebben. Anderen hebben nooit iets gesnapt van wat hen overkwam. Ook dat zie je aan het stervende gelaat. Zalig zijn de onnozelen, maar niemand die hen gelooft.

Dat hoofd van hem ziet er anders uit, achteruit leunend. Ik kan moeilijk uitmaken of de dunne, bredere glimlach gemeend is. Ik besluit hem te wantrouwen.  Ontdaan van macht lijkt hij gevaarlijker dan ooit.

Het is pas met mijn vierde echtgenoot dat ik echte roadtrips heb gemaakt, zegt een vrouw die eruit ziet of ze de eerste drie eigenhandig de nek heeft omgewrongen. Dat waren fantastische trips. En ik zie ze rijden door dat geweldige Amerikaanse landschap.

Daar reden we vorige zomer zelf ook nog. Eindeloze, dorre vlaktes. Een te goedkope huurauto, en de automatische versnellingsbak die het begeeft onder de hitte. Al onze kracht smelt mee, en we zien ons einde al, uitgedroogd en vleesloos, het vel en de botten geconserveerd. Mummies.

Welke boeken moet ik lezen nu ik tijd heb, vraagt hij. Voor Machiavelli is het te laat, en fictie is misschien meer aangewezen. De laatste liefde van de president, van Andrej Koerkov, antwoord ik. Macht maakt eenzaam, zegt de achterflap, en wat heb je aan geld en invloed indien je niemand meer kunt vertrouwen?

De president in kwestie was ook bijna dood. Maar in plaats van achterover te leunen en zijn laatste foto met bijhorend verhaal te laten maken, kiest hij voor een harttransplantatie. Zoals het hoort klopte dat hart voor een jonge liefde, en het hoort haar toe, ook voorbij de dood. Ze blijft in de buurt, en betrekt een appartementje achter de muur van de presidentiële slaapkamer. En vanuit die premisse ontrolt zich een klassiek verhaal van opkomst en verval, list en macht, liefde en seks.

Dat is iets voor jou, zeg ik. Misschien een beetje overdreven, maar dat past hier wel, toch?

Eerder die dag had mijn lichaam het al half begeven, en raadpleegde ik in het community center een plaatselijke dokter. Ze lapte me zo goed mogelijk op en daarna reden we verder de bergen in. Daar was regen, veel verveeld verkeer en heel grote bomen. Een topdag kon het toen al niet meer worden.

Ik heb veel kunnen doen, zegt hij. Ben op veel plekken geweest. En dan eindigt het misschien hier, maar daar kan ik vrede mee nemen.

Hij meent het, dat zie ik. Maar vrede hebben met het afscheid verdringt het verlangen naar het eeuwige leven niet. In de herinnering van je naasten, en bij gebrek daaraan in de nabijheid van je god. De kans op onverschilligheid is echter groot. Net als het risico om vervloekt te worden in plaats van met tederheid herdacht. Voor een ongelovige, die het unieke voorrecht heeft fictie ernstig te mogen nemen, is dat een grote troost.

‘De leiders van de Komsomol waren vrolijke en enthousiaste lieden. Eetlust en geld kwamen ze niet tekort. Wat wilden ze nog meer als de boterhammetjes met rode kaviaar tweeëndertig en die met zwarte kaviaar drieënveertig kopeken kostten.’ (We schrijven Kiev, juli 1987.)’

Hij lacht zuinig met dit citaat.

Ik eet straks wel ansjovis in plaats van kaviaar, zegt hij. Mijn vrouw maakt een heerlijke pasta putanesca, dat moet ik ook kunnen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s