Boris


U hoeft het niet toe te geven, en al zeker niet publiekelijk, maar net als ik heeft u ook een museum vol mislukte projecten. Dat geeft u plaats en vorm zoals u wil, u kan het verstoppen in een oude kast op zolder, in wat ooit het patattenhok in de kelder was, of u kan er ook gewoon in wonen. Dat is wat ik doe.

Er zijn pijnlijke bij, en grappige, achteraf bekeken. Eigenhandig gesaboteerd vaak, en soms heeft het gewoon zo moeten zijn. Ze hangen allemaal door mekaar. Af en toe haal ik zo’n kunstwerkje van de muur, houd het onder de lamp, en stof het af. Er zit altijd wel iets in wat ik opnieuw kan gebruiken, voor een nieuw project, al even gedoemd om glorieus te mislukken.

Ik zit achterin een auto, op weg naar een feest. Of ik daar trots op ben, vraagt de chauffeur? Nee, trots kan ik niet zijn op wat fout is gegaan, maar er is schoonheid in de rafeligheid van het verlies. En de bressen die de mislukking in het pantser van je zelfbeeld slaan, bieden onvermoede vergezichten.

foto
foto riaAerts       http://www.riaaerts.com

Van de levende wezens horen binnenhuisplanten tot een onschuldiger categorie mislukkingen – zelfs een potje verse kruiden krijg ik niet helemaal verknipt voor ze de groene, gezonde geest geven. Aan huisdieren begin ik niet meer, daar zijn ondertussen wetten over gestemd die mijn praktische bezwaren ruimschoots overstemmen.

Maar er zijn mensen. Altijd weer mensen.

Nooit draait iets uit zoals je verwacht. Een innerlijke verwarring die zich spiegelt in dwaaltochten door de stad. Je probeert een pad te volgen wat je nog niet kent, en zo vermeed ik deze keer de boekenwinkels. Woorden zijn er al teveel, en die ene, ongeschreven roman, geflankeerd door slecht geschreven blogstukjes en onbegrepen brieven, die heeft in mijn museum al zalen genoeg.

Je mag niet alles tegelijk saboteren.

En zo kwam ik deze keer in een platenzaak terecht. Een veilige plek. Het interieur door de uitbater zelf bij elkaar getimmerd. Van je vastberadenheid om nooit meer enige verantwoordelijkheid op te nemen blijft weinig over wanneer je op je knieën zit, op zoek naar die ene interessante plaat.

Vreemd genoeg kijk en lees je toch meer in een platenzaak dan dat je er luistert. En zo viel mijn oog op een heruitgave van Valley of Rain, de allereerste plaat van Giant Sand. Alhoewel. Howe Gelb, de man achter de groep, doet in het boekje bij de cd uit de doeken hoe die plaat tot stand is gekomen. Het waren er eigenlijk twee – een rock, en een countryplaat. Maar dan wordt een busje leeggeroofd, de helft van de tapes incluis – van de twee blijft telkens de helft over. In een groezelig hotel wordt dan onderhandeld over de rest van de buit. Tot de politie binnenvalt, zij vermoeden een drugsdeal.

Qua mislukt project kan dat tellen. Exact dertig jaar later hou ik de brokstukken ervan in mijn handen. Deze cd moet ik hebben. Hij hangt nu in mijn museum, aan de uitgang, als voorbeeld van hoe het kan. Giant Sand is niet erg actief meer, en Howe Gelb geeft nu concerten waarin hij het idee achter de song veel meer plaats geeft dan de song zelf. Mislukking als middel, doel onbekend.

Het is niet bepaald feestmuziek, en als gast in een auto stel ik weinig eisen. Maar wat doe je dan, vraagt mijn chauffeur. Sluit je het af, en begin je aan iets nieuws, met een herboren maagdelijkheid of zo? Of sta je er nog een tijdje bij te kijken, als ramptoerist in je eigen leven? De radio speelt Hozier. Ik heb geen zin in een kerk.

Valley of Rain beluisterde ik uiteindelijk voor de eerste keer op een zonnige zaterdag, in mijn eigen auto. Ik was een beetje in de war, want om een mij niet zo heldere reden moest en zou er ergens een Russische dwerghamster worden gehaald, en het beestje had ook nog een uitzet nodig.

Kogelrond met korte beentjes. Makkelijk te houden. Het doet niet veel, zo’n beestje, en het vraagt ook nauwelijks verzorging. Die Russische variant stinkt ook helemaal niet. Er kan weinig fout mee gaan, en het gaat ook vanzelf dood, na zo’n jaar of twee. Een geruststelling. Deze verantwoordelijkheid hoeft niet zo lang te duren. De moeder van het dier bleek Karel te heten – een nogal pijnlijke vergissing qua geslacht, en we besloten om deze traditie aan te houden.

Sindsdien heet het arme beest, een vrouwtje dus, Boris. Zij is van goede familie. Ik heb al een plekje voor haar vrij gemaakt, aan een zijmuur in mijn museum.

Advertenties

7 gedachtes over “Boris

  1. Dag Dirk,
    Ik vind het woord ‘mislukking’ teveel terug in je tekst. Dat is niet nodig en kan enkel gerelateerd zijn aan een eigen verwachting tov anderen en/of een maatschappij waar wij allen onderhevig aan zijn.
    Ook in een een museum hangen met hart en ziel gemaakte ‘prachtwerken’, getuigenissen in opdracht of niet , van ‘een verleden’, die jij aan de de ‘uitgang van jouw museum hangt’.
    Een museum is steeds een begin voor mij, een uitgangspunt om het verleden te leren kennen en het heden te begrijpen.
    ‘Schoonheid aan de rafeligheid van het verlies’, die zin begrijp echt niet. Hierover heb ik veel moeten nadenken: ik denk hierbij aan een zeer negatief uitgangspunt (cfr// mislukking).
    De eerste keer dat ik zo’n ‘optimistische’ zin lees.
    Ik probeer te begrijpen,
    Kathleen

    1. Dank je Chriazy. Ik denk dat je hetzelfde bedoelt als Kathleen eerder. Mislukking is een negatief woord, en dat negatieve is een kwestie van perceptie.

      Ik gebruik het hier inderdaad als een geuzenterm. Zonder ‘mislukkingen’ geen evolutie. Of geen groei, al gaat dat uit van vooruitgang – wat in mijn wereldbeeld niet altijd hoeft.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s