Dadendrang


Schrap hoef ik me niet meer te zetten. Het regent gestaag, maar de eerste herfststorm is geluwd. Ik haast me door de stad, op weg naar onze afspraak met een minister.

Machthebbers ontsnappen zelden aan het belang van hun functie. Ik zie het aan ze, hoe ze in hun veel te grote, eenzame kantoren verdwalen, hun voorgangers als spoken rond hen heen. Sommigen hebben respect voor de traditie, en bieden je een rondleiding aan door hun historische panden. Anderen sluiten er zich van af, en dan overheerst de kilte van het ambt.

De lokroep van openbare macht is voor mij moeilijk te begrijpen. Op een schild gehesen heb je dan wel het beste uitzicht, je bent er ook bijzonder kwetsbaar.

Deze minister blijkt van nog een ander type. Een beetje te laat komt hij binnen, een en al wappering van sjaal, regenjas, handen. Hij pikt ons op in de hall en start de vergadering al in de lift. Zijn kantoor is zo goed als leeg – het voldoet niet, hij verhuist binnenkort naar een plek die hem beter past.

foto ® riaAerts
foto ® riaAerts

Hij praat meer dan hij luistert, heeft aan een half woord genoeg. We proberen nog even op een detail te wijzen, maar ook dat had hij al gezien. Dit is een man die zijn begrip onmiddellijk omzet in een takenlijst, en de helft daarvan ook meteen uitvoert.

Onstuitbaar, deze dadendrang.

Een goed half uur later blijkt het nog steeds te regenen. Kantoor is maar kantoor, en we hebben nog even geen zin in dezelfde mensen en dezelfde gesprekken. De betere Brusselse koffiebar wacht op ons om de hoek, en we installeren ons op de bovenverdieping.

We zijn er niet alleen.

Een vrouw en een man zitten er tegenover elkaar, er staat thee tussen hen in. Ze leunen allebei een beetje naar voren, de ellebogen uit elkaar op de tafel, het draagvlak zo breed mogelijk. Handen blijven dicht bij het gelaat. De man houdt ze voor zijn mond, pulkend aan zijn dunne baard. De vrouw houdt het hoofd schuin, één hand op de slaap, de andere dwalend. Wanneer hij praat, kijkt ze hem aan, wanneer zij praat kijkt de man naar beneden.

Onze Keniaanse koffie wordt gebracht. Rare man, zegt mijn collega. Ik kijk naar het tafeltje naast ons, maar nee, ze bedoelt de minister. Hoezo?

De spanning van het gesprek tussen het koppel drijft tot bij ons, ook al verstaan we niets van wat er wordt gezegd. Ik schuifel ongemakkelijk op mijn stoel.

Macht hebben is moeilijker dan ernaar streven, doceer ik. Eens je verkozen bent, moet je ergens in jezelf de zekerheid vinden dat je het juiste doet. Niet meer twijfelen, het beter weten dan alle anderen. Ook al heb je ondersteuning van je kabinet, van medewerkers en wetenschappelijk onderzoek, uiteindelijk ben jij het die beslist. Die verantwoordelijkheid kan verpletteren.

En vroeg of laat word je bekogeld met rotte eieren, daar hoog op je schild, denk ik erbij. Of staken de dragers onder je, en donder je naar beneden.

Maar macht is toch overal? Zoals wel vaker is mijn collega het niet met me eens. Kijk naar de mensen hier naast ons. Waarover gaat dat gesprek, denk je? Toch over macht? Wie domineert wie? Wil je geen macht, niet om uit te oefenen, en niet om te ondergaan, dan kan je alleen maar buiten het leven gaan staan.

We drinken van onze koffie. Geven en nemen, hoor ik de man zeggen, dat onderscheid is voor mij zo moeilijk te maken. Alsof perceptie en intentie helemaal niks met elkaar te maken hebben.

Dat is niet meer de klank van een ruzie, dat is de eenzaamste bekentenis die ik in tijden heb gehoord. Ja, zeg ik, je kan alle gedrag uitleggen in termen van macht. Maar dat hoeft niet. Je kan meningen hebben waarvan je zelf niet rotsvast overtuigd bent. Je mag je vergissen, en hopen dat je iemand hebt om dat aan toe te geven.

Vergissen? zegt ze, dat is onze minister allicht nog nooit overkomen.

Nee, die indruk wekt hij niet. Maar het maakt deel uit van de rol, die schijnbare onfeilbaarheid. Ik ben niet overtuigd. Elders, daar waar niemand hem kent, of waarschijnlijker nog, gewoon aan de keukentafel, heeft hij net zo’n gesprekken als het koppel hierlangs. Alleen daar, aan de keukentafel, kan absolute macht teniet worden gedaan.

Zo’n troostrijke gedachte had ik niet van jou verwacht, zegt mijn collega wanneer we buiten zijn. Het regent niet meer.

Ik glimlach.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s