De rode loper


Op de Croisette in Cannes staat een tent waarin Russische regio’s zich presenteren als de ultieme place to be voor grote vastgoed investeringen. Ondanks een jarenlange fascinatie voor landkaarten en grenzen heb ik van de meeste regio’s nog nooit gehoord. Vastgoed investeringen maken me dan weer vooral duizelig, en of al die maquettes ook nog te bouwen zijn kan ik niet beoordelen – mij lijken ze vooral lelijk.

Echt op mijn plaats ben ik dus niet, en de massa bezoekers van de vastgoedbeurs MIPIM versmachten de charmes van de Azurenkust in de lente.  Druk, het heeft geen naam.

Ook de hele Belgische bouwsector troept hier elk jaar samen. Opdrachtgevers, politici, aannemers, investeerders, advocaten, consultants, projectontwikkelaars, ingenieurs, bankiers, en, een beetje weggedrumd in die massa donkere maatpakken, ook nog wat architecten. Ze babbelen en onderhandelen, eten en drinken. Een bubbeltje dat drie dagen duurt.

Glazen champagne ontbreken ook niet op de receptie van het ingenieursbureau wat me heeft uitgenodigd. En in een hoekje daarvan ontspint zich het volgende gesprek.

Vrouwen dragen de wereld  foto © Ria Aerts
Vrouwen dragen de last van de wereld   foto © Ria Aerts

Bijgekleurd:  Weet je, ik vind het eigenlijk wel prettig om tot een minderheid te horen.

Zij: Jij? Minderheid? Je ziet er niet echt uit als een minderheid.

Bijgekleurd:  Ik ben geen ingenieur.

Zij: Ik wel. Maar er zijn toch meer niet-ingenieurs hier dan dat er vrouwen zijn.

Bijgekleurd:  Mogelijk, maar ingenieurs zijn – ik geef toe, samen met juristen – de baas van zo ongeveer alles. En ze vinden dat normaal.  Let wel (poging tot charmant lachje), sommigen zijn erg aangename mensen.

De vrouwelijke ingenieur:  Volgens mij zijn mannen de baas van zo ongeveer alles. En vinden zij dat normaal. Maar, als het je gerust kan stellen, sommigen zijn erg aangename mensen (over de aard van dit lachje kan hier verder niks worden gezegd).

Bijgekleurd:  Maar serieus, een beetje anders zijn dan de anderen, dat hoeft toch geen last te zijn? Dat hele gedoe over minderheden, en hoe vreselijk moeilijk dat is, dat vind ik altijd op het randje. Iedereen is altijd wel ergens een minderheid. Het kan bovendien snel wisselen. De meerderheid van vandaag is de minderheid van morgen.

De vrouwelijke ingenieur: Misschien, en vrouwen zijn niet echt een minderheid natuurlijk. Het hangt af van de groep waarin je je begeeft. Als je daarin alleen bent in je categorie, is het niet hetzelfde. Zeker als het zichtbaar is. Kleur, vorm, geslacht, naam, nog voor je ook maar iets hebt kunnen doen of zeggen speelt het al. Je wordt een symbool, en in plaats van de enige vrouw ben je plots het vrouwelijke in het algemeen. En jij wordt dan ongetwijfeld die rare kwiet die niet snapt hoe de dingen echt in elkaar zitten – want dat weten ingenieurs natuurlijk wel allemaal.

Bijgekleurd: Alleen word je niet serieus genomen, bedoel je?

De feministische ingenieur:  Inderdaad, het is dan heel moeilijk om iets anders te zijn dan het archetype. Dat gebeurt vaak onbewust – beschaving, opvoeding en een paar generaties feminisme hebben wel iets bereikt.  Maar in het geval van vrouwen heeft duizenden jaren paternalisme ons met vreselijke rolmodellen opgezadeld. De heilige maagd moeder, of de hoer. Gewoon ingenieur zijn zit daar niet echt bij. Het is verdomd moeilijk om dan niet die hele vrouwelijkheid maar te negeren, en de harde tante te gaan spelen.

Harde tantes, heilige maagd moeders of hoeren – eten moeten ze allemaal, en wanneer een aantrekkelijke jongeman met hapjes passeert, eindigt ons gesprek. Ik kauw op een stukje zalm en  besef dat ook ik me in een meerderheid bevind. Een hoogst onaangename positie, want liever nog word ik als marginaal met pek en veren ingesmeerd en de woestijn ingestuurd, dan dat ik met een meute mee sta te roepen.

Buitenstaander. Eeuwig.

Het optimisme over beschaving is misschien toch wat voorbarig, denk ik, wanneer ik na de feestelijke avond door Cannes loop. Dronken mannen, met meer kreukels in het verhitte gelaat dan in hun pak, heffen bronstige gezangen aan. In het Carlton dansen halfnaakte meisjes op een Russisch feest.

Ik schud het hoofd, en wandel verder de drank uit mijn lijf.

Subtiliteit, denk ik. En nederigheid. Want jezelf definiëren als minderheid, als underdog, dat brengt de verleiding tot Calimero gedrag mee. Het is makkelijk om dan te vergeten dat je ook altijd een meerderheid bent, vaak blind voor de mechanismen van uitsluiting en discriminatie. En dat je het fatsoen moet hebben om daar iets aan te doen, ook op je eigen kleine schaal.

Een Russische stenen fallus, te zien op MIPIM
Een Russische stenen fallus, te zien op MIPIM

Subtiliteit en nederigheid, daar ontbreekt het zeker aan in Cannes, stad van de hyperbolen. Heel MIPIM is een feest voor macho’s, met gebouwen als fallussymbolen. Geen wonder dat de wereld niet mooier wordt van projectontwikkelaars.

Terug thuis trekt een betoging door mijn straat. De blokbusters trekken ten strijde tegen fascisme en racisme, en eisen jobs. Het doet me aan mijn jaren tachtig denken, maar ik als de groep voorbij loop voel ik me toch niet op mijn gemak. Een minderheid die kwaad is, jaagt angst aan.

Buitenstaander. Eeuwig. Zal ik dat toch maar blijven?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s