Black & White Blues


We hadden niet zoveel boeken in huis, toen ik jong was. Wat Vlaamse en Russische romans, die het onderste schap van de kast innamen. Daarboven, op de ereplek, prijkte de  24-delige Grote Spectrum Encyclopedie. De fantastische wereldatlas die daarbij hoorde, paste niet in de kast, en lag er bovenop. Bovenin stonden de postzegelboeken. Alles achter glas.

Boeken, zo werd ons voorgehouden, waren belangrijk en verdienden respect, maar waren ook een beetje mysterieus en gevaarlijk. En omdat je er eigenlijk veel van nodig had om enigszins nuttig te zijn,  werden ze bewaard op een speciale plek: de bibliotheek.

De toekomst van bibliotheken is vaag.  Foto © Ria Aerts
De toekomst van bibliotheken is vaag.  Foto © Ria Aerts

Vanop de kaai van de Seine moet je behoorlijk klimmen naar de ingang van de Bibliotheque Nationale. Vier hoektorens, een vlakte en een tuin in een put. Dominique Perrault, auteur van dit meesterwerk van de hedendaagse architectuur, schuwt de grote gebaren en woorden niet. Alles is hier een symbool voor iets anders, zeker in dit project dat louter uit Hoofdletters is opgetrokken. Twee megalomane ego’s hebben elkaar gevonden – dat van de architect en zijn opdrachtgever, François Mitterand.

Als nuchtere Belg staan we toch maar te kijken hoe dat in Frankrijk wel kan, gektes en gekken de triomfantelijke plaats geven die ze verdienen, terwijl wij ons in België beperken tot saaie bescheidenheid.

Om de leeszalen van de Bibliothèque Nationale binnen te komen heb je een pasje nodig. Geen bibliotheek zonder bureaucratie.  Vroeger was inschrijven een voorrecht wat niet iedereen werd gegund, en eens de donkere deuren door kwam je in het voorgeborchte. Zalen vol eindeloze kasten met netjes beschreven fiches. Een klassement op auteur, één op titel en één op onderwerp.  Een bibliotheek was niet zomaar een verzameling teksten. Het was een systeem om de wereld te beschrijven, een manier om de waarheid te ontsluiten, hoofd- en bijzaken te onderscheiden.

Werken werden aangevraagd aan en geleverd door bedienden in uniform. En al bevatte het dan niet het antwoord op de vraag die je had gesteld, het bracht je altijd wel iets bij.

Zo ook de collectie jeugdboeken en strips, aangespoeld in de jonge levens van mijn oudere broers en mezelf. Die belandden finaal allemaal in het boekenrek op zolder. Vier plankjes vol. De beperkte collectie belette niet dat één van onze favoriete spelletjes ‘bibliotheekje’ was, waarbij de zorgvuldig gecatalogeerde werken konden worden uitgeleend met een zelf gefabriceerde lenerskaart. Boetes waren instant.

Iets als winkeltje spelen, maar u begrijpt dat het gezin waaruit ik vandaan kom niet helemaal standaard was.

IMG_20140304_153644

Stilte bijvoorbeeld, werd in de huiselijke bibliotheek niet altijd gerespecteerd. Het werd bijna verontschuldigend gefluisterd aan de ingang van de Bibliothèque Forney, gevestigd in één van de weinige resterende privé gebouwen uit de Middeleeuwen in Parijs. Dat het een bibliotheek was, en dat we ook zonder lidkaart binnen konden kijken maar er verder het zwijgen moesten toe doen. Het is een prachtig gebouw, alleen gevuld met boeken over kunst, en mooie jonge meisjes en jongens die zich in dat eeuwigste van alle onderwerpen verdiepen.

Een zalige plek.

’s Avonds op café besef je als student dat de boeken en teksten van overdag de enige bron zijn van de waarheid.  Bier noch meisjes, alhoewel beide ruim beschikbaar in die avonduren, kunnen er tegenop.  Maar nu, op het kerkhof van Montparnasse, besef je dat je vergiste. De mensen zijn er even netjes gerangschikt als de boeken in de bibliotheek, je bladert door de zerken en je vraagt je af wat de onsterfelijkheid meer dient: het verkruimelende papier, of het gebeitelde marmer.  De belangrijkste doden staan aangeduid op een plan aan de ingang. Ultiem statussymbool.

Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre liggen hier, en nog vele andere schrijvers, maar het is Serge Gainsbourg die een grafzerk vol verse bloemen heeft, met een half verdoken steen die zijn black & white blues in herinnering brengt.  Terug op weg naar het hotel lopen we voorbij een wijkbibliotheek in een modern gebouw, die om onduidelijke redenen de naam van Georges Brassens heeft meegekregen. Die mompelde zijn teksten boven onbeduidend en spaars getokkel op zijn gitaar – een grootheid van het Franse chanson, maar wie kent hem nog?  Op Montparnasse ligt hij alvast niet begraven. De bibliotheek is gesloten, door het raam zien we grote bakken vol strips.

Benieuwd of er vandaag nog een kind is dat bibliotheekje speelt.

Advertenties

2 gedachtes over “Black & White Blues

  1. hoi dirk,

    je oudere broer, in zijn jongelingjaren fan van Brassens, heeft er ooit een scordatuurboekje van gekocht: bangelijk ingewikkelde akkoorden, en dus verre van onbeduidend getokkel. Maar toch vooral een groot poeet natuurlijk.
    En de rest van de wereld mag weten dat je twee oudste broers dat bibliotheekje spelen hebben verder gezet in de parochiale bibliotheek van de gemeente, waar één van hen, niet ik, hoogst persoonlijk het boetesysteem heeft ingevoerd…

    groeten;
    jan

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s