Restafval


AFVAL

i

Het goede nieuws is dat het gemeentelijke containerpark uitbreidt. Meer plaats, duidelijker aanduidingen en ik zal er straks meer soorten afval kwijt kunnen.

Het slechte nieuws is dat het daarom binnenkort drie weken gesloten zal zijn.

Jean, die er meestal de bewaking op zich neemt en streepjes zet ten behoeve van de gemeentelijke statistieken, vertelde het me met een mengeling van spijt en trots. Straks zal het beter zijn, zei hij, en krijg ik een echt kantoor in plaats van een tijdelijke kantoorcontainer, met echte meubelen en een kast. Zijn radio mag blijven.

En in tussentijd was het kwestie om zoveel mogelijk met de gescheiden ophaaldiensten mee te geven en de rest thuis te bewaren. Sorteren begint thuis, zei hij, dat moet je nu toch ook doen, en zoveel kan dat niet zijn in drie weken. Bovendien breiden de openingsuren weer eens uit. De mensen hebben er steeds meer aandacht voor. Maar ze hebben minder tijd. En dus moeten wij open zijn wanneer de mensen tijd hebben. ‘s Avonds en op zaterdag dus, momenten waarop ook hij graag thuis zou zijn. Gelukkig is er extra compensatie en komt er een tweede gemeente arbeider voltijds bij. Ach, hij zag het nog wel zitten, nu kon hij zijn kleinkinderen wat vaker naar school brengen en gaan halen, en wat doet een mens anders op zaterdag en ‘s avonds?

ii

Ik ben een fan van het containerpark.

Elke week ga ik er naar toe, dikwijls twee keren, omdat niet alle soorten afval in hun dozen tegelijk in mijn wagen passen. Er is plastic in twee soorten, papier en karton, klein gevaarlijk afval, metaal en blik, melkdozen en andere tetra-bricks, en natuurlijk ook het tuinafval dat niet meer in de groencontainer past.

Voor elk type afval staat er in de garage een aangepaste, makkelijk te vervoeren doos. Enkel het tuinafval – vooral grasmaaisel in de zomer – doe ik in zakken die hun spoor achterlaten in de koffer van mijn auto. Zo dikwijls heb ik al om een kleine aanhangwagen gevraagd aan Bart, maar om een of andere reden gunt hij me dat niet. Waarom weet ik niet, en eerlijk gezegd, ik sta er niet langer bij stil. Gewoon iets dat er niet van komt, zegt hij dan, en ik denk dan maar dat het hem niet interesseert.

Was dat trouwens geen typische mannenjob, het afval buiten zetten? Emancipatie werkt in twee richtingen, maar in mijn geval komt het erop neer dat ik alle mannentaken ook maar op mij neem, en Bart laat doen waar hij zin in heeft.

In het begin vergiste ik mij vaak. Wat is plastic en wat is papier? Laat je de verpakking van fijne vleeswaren en gesneden kaas samen dan is het restafval, peuter je ze uit mekaar dan heb je fijn, zacht plastic en een vreemde papiersoort. Ik vermoed dat er zelfs in dat papier nog iets anders zit dan alleen maar papier, maar Jean wist het ook niet en sindsdien klasseer ik het bij het verpakkingspapier. Daar ligt het dan samen met het karton van koekjesdozen. Meestal heb je bij koekjes ook nog hard, voorgevormd plastic waar de koekjes in liggen en een filterdunne versheidfolie erom heen. Ik heb ooit ergens gelezen dat ook dat geen echt plastic is, maar met die vraag heb ik Jean niet lastig willen vallen.

iii

Sinds ik het sorteren ernstig neem, heb ik er al aandacht voor in de winkel. Wanneer ik kijk en kies ga ik af op het soort verpakking. De moeite die fabrikanten hebben gedaan om hun producten aantrekkelijk en versgegarandeerd te presenteren weeg ik op hun aard en soortelijk gewicht. Verpakkingen die een uitdaging vormen voor verwerking achteraf hebben mijn voorkeur, al mijd ik vanuit een zorgelijkheid die ik bij mezelf niet kan verdragen giftig uitziende kleuren.

Ik koop ook meer. Dingen die we niet nodig hebben, maar die ik wil. Steeds andere dingen, al weet ik dat er mensen zijn die mij net met een vertrouwde verpakking en aanblik bij steeds hetzelfde willen houden.

Bart houdt daar niet van.

Hij wil hetzelfde. Wat hij kent en eens goed bevonden is (de tweede keer pas, want alles was ooit nieuw) blijft dat ook. Bart is trouw.

Ik leg hem maar niet uit waar al die dingen vandaan komen en waarom ik ze koop. Hij klaagt over uit de hand lopende kosten en huishoudgeld dat verdwijnt zonder dat hij ziet waar naar toe, en hij bekijkt mij met een wantrouwige blik. Je doet zo raar tegenwoordig, bromt hij dan vanachter zijn krant (dezelfde als zijn ouders al lazen), wat is er toch mis met je (een iets hogere bromtoon)?

Er is niets mis met me en ik verdwijn naar de kast om een verpakking leeg te maken en maak hem gelukkig met een biertje dat hij niet heeft durven vragen maar wel wil.

iv

Soms vraag ik me af wat de mensen vroeger met al dat afval deden. Toen werd er toch ook ingepakt ? Ik weet wel, melk bestond toen enkel in flessen en koekjes bakte je zelf, maar toch. Mijn vader had een composthoop en een verbrandingston achteraan in de tuin. Ze stonden alletwee in hetzelfde hoekje, begrensd door een slecht groeiende ligusterheg. Zou het toeval zijn dat daar nauwelijks groene blaadjes aan stonden, of waren de gewonnen compost en de assen toch niet zo goed voor de heg en de groenten?

Het is een illusie te denken dat alles vroeger beter was. We wisten minder, dat klopt, en er was lang niet zoveel om ons zorgen over te maken. Maar beter?

Toen ik Bart pas kende, en hij nog volop moeite deed om het mij naar de zin te maken, heeft hij een keertje voor Agalev gestemd. Ik wou een groene wereld voor mijn kinderen. Later, toen die kinderen er maar niet kwamen, stemde hij terug op de CVP. De anderen weten toch niet wat dat is, een land leiden, zei hij, en de CVP meent het goed met ons.

Ik heb nooit op de CVP gestemd. Op zowat iedereen, ondertussen, als het maar geen grote partij is. Ik wil dat het verandert, dat het straks beter is dan nu. Het schijnt allemaal geen verschil te maken – er blijken nu eenmaal meer mensen te zijn zoals Bart dan zoals ik.

v

Verander de wereld, begin bij jezelf. Zo ongeveer klinkt de Bond Zonder Naam slogan die ooit aan de muren van mijn moeders keuken hing. Het klinkt stom, maar zoals in al die slogans zit er wel een waarheid in.

Daarom ben ik begonnen met het weghalen van de dingen die me storen in huis. Ik heb nog twee weken voor het containerpark sluit. Tegen dan moet alles weg wat ik niet meer wil.

De eerste dag waren het kleine dingen. Een kop met een gebroken oor. Een tafelkleed dat ik niet meer gebruik. Oude, verroeste schroevendraaiers van Bart. Een collectie glazen flessen. Mooie, sierlijke flessen die we ooit samen hadden gekocht en leeggedronken. Hun sierwaarde kwam toch niet tot uiting in de kast waar ze stonden.

Bart merkte niets. Hij kijkt nooit in de kasten, vindt niets terug. Dat ik zo goed gezind was, zei hij, en hij fronste zijn wenkbrauwen.

Dat beschouwde ik als een aanmoediging. Als het mij zo zichtbaar goed deed om op te ruimen, dan moest ik er toch mee doorgaan? Ik pakte het nu systematisch aan. Kamer voor kamer, kast voor kast. Zo vond ik het dienblad terug dat een tante ons voor ons huwelijk had gegeven. De uitnodiging voor ons feest was erin verwerkt.

Op dat feest was Bart al snel dronken. De huwelijksnacht bracht ik door met een stinkend en snurkend varken. Alhoewel we mekaar al wel beter kenden, had ik toch van Bart verwacht dat hij een beetje moeite zou doen.

Het dienblad moest weg.

Toen ik aan Jean vroeg waar ik het moest laten, bekeek hij het blad goed en wist eerst niet wat te zeggen. Dat is restafval, zei hij tenslotte. Ik kan niet thuisbrengen uit welk materiaal dit gemaakt is. Ben je zeker dat je het kwijt wil?

Ja, zei ik, en gooide het ding met een boog in de container.

BIECHT

i

Wanneer alles wat weg kan, weg is en de ruimte gevuld wordt door een nietsontziende en allesomvattende leegte, en er niets meer is behalve de woorden, dan vullen de woorden mijn lichaam van mijn voeten tot mijn hoofd, van mijn buik tot mijn rug en struikelen ze over mijn tong. Het is het moment waarop ik zwijg, versmacht door een teveel aan leegte en zinnen die niets meer betekenen. Orde en structuur, denk ik, orde en structuur heb ik nodig, en indelingen en categorieën en ik besluit een woordenboek samen te stellen, nee, een encyclopedie van gedachten en soorten leegte en hoe woorden die vullen, woorden zonder betekenis en woorden afgeleid uit betekenissen die zonder hun context niets meer zijn. Ex-woorden, ex-zinnen en pre- en postbetekenissen zullen mijn ex-encyclopedie vullen, allemaal voorafgegaan door voorvoegsels als ‘pre’ en ‘post’ en ‘ex’ die een woord zouden kunnen ondersteunen indien het daar enig nut uit zou kunnen halen. In vroeger tijden, toen de lijnen duidelijk waren en kaarsrecht (of ook krom, maar in elk geval leidend van punt naar knooppunt naar punt), toen het nog zin had dat ik sprak lieten de woorden zich zulke aanhankelijke voorzetsels welgevallen, maar nu? Wat betekent een ex-woord meer dan een woord, een ex-zin meer dan een zin? Niets betekent het, want wat vroeger niet sterk genoeg was zal dat nu ook niet zijn. Het is een zinloze strijd om woorden. Het is een zinloze zoektocht naar orde. Naar structuur. Les één : haal diep adem en adem rustig uit (tweemaal zo lang) en geef woorden de tijd om te klinken en na te klinken. Controleer je hartslag en breng hem tot rust door pure wilskracht. Gebruik korte zinnen en makkelijke, eenvoudige woorden. Geen adjectieven. Breng stilte. Luister naar je woorden. Adem diep in en uit. Luister naar je woorden. Luister.

ii

Het eerste woord is een bevel.

Ga en vermenigvuldig u.

Mijn eerste woord is ouder, en is een bevel.

Luister.

Alles is leeg. Wat weg kan is weg, en ik kijk rond mij. Ik sta in mijn lege huis – de enige twee voorwerpen die overblijven zijn de krant die ik bij me heb en ik. Alles heeft ze weggegooid. Ze had de dingen niet meer nodig. Ze hinderden haar. Stonden in de weg en stoorden haar. Toen verdween ze zelf.

Luister.

Ik heb fouten gemaakt. Veel fouten. Niet erg spectaculaire fouten, de fouten van alledag die iedereen maakt. Mijn eerste fout ? Ik luisterde niet en fronste mijn wenkbrauwen op het verkeerde moment. Ik vroeg niets en kreeg toch wat ik wou, en ik bedankte niet. Alles was er. Alles had zijn plaats. Alles was goed en vertrouwd en ik nam aan dat het zo goed was. Dat meer niet nodig was. Dat minder te weinig zou zijn. Alles was goed en dat was vanzelfsprekend.

iii

Ik wandel rond, en gehoorzaam aan het eerste bevel. Ik neem een kijkje in de badkamer waar geen water meer stroomt. Ik kijk in de slaapkamer waar geen bed meer staat. En geen kasten. Geen spiegel. Ik kijk in mijn werkkamer waar niets nog herinnert aan het werk dat ik hier deed. Ik ga van kamer tot kamer en kom terug in de woonkamer, waar niemand meer woont. Ik leg mijn krant op de grond. Het is de krant van gisteren, maar dat maakt niet uit.

Traagheid is mijn tweede fout.

Ik ben gelukkig wanneer alle redenen daartoe al lang verdwenen zijn. Ik ben ongelukkig enkel door herinneringen aan wat mis ging. Ik spreek pas wanneer er niemand meer is die luistert en dan zwijg ik plots, middenin een zin. Het hoeft niet meer.

Niets maakt me zo gelukkig als dit lege huis. Niets maakt me zo gelukkig dan het besef dat dit lege huis is wat ze altijd heeft gewild. Niets maakt me zo gelukkig als zij, nu ze verdwenen is.

Ik ken mezelf. Het verdriet komt pas wanneer ik dit huis verlaat en de sleutel weggooi.

Of later.

Of nooit.

iv

De grond dwingt me te gaan zitten.

Zwaarte is mijn derde fout.

Ik blader in mijn krant, kijk naar de vette koppen en de foto’s. Van de eerste pagina tot de laatste, en weer terug. Voor een krant is alles belangrijk. Voor mij is een krant belangrijk. Ik weet zeker dat zwaarte mijn derde fout is, en verbaas me erover dat de krant daar niets over zegt. Ik blader opnieuw, en lees nu de ondertitels bij de foto’s. Sta stil bij een wielrenner in actie. Hij klimt. De berg is lastig en steil, maar de wielrenner klimt, de tong uit de mond en de blik in zichzelf. Volgens het onderschrift heeft hij doping gebruikt om deze berg als eerste over te komen. Het is een schande voor de sport en voor de mensheid. Het effect op lange termijn is desastreus. Niet alleen vernietigt de wielrenner zijn lichaam en zo zichzelf, hij vernietigt ook de sport. Voor een krant is alles belangrijk en de zo zichtbare pijn van de wielrenner is belangrijk voor mij.

Zwaarte is een fout die veel voorkomt.

Mijn fouten zijn de fouten die iedereen maakt.

Ik lig nu op de grond en kijk naar het plafond. Dichter bij haar kan ik niet meer komen. Ik geniet van haar aanwezigheid in de barstjes van het plafond. Ik luister naar haar ademhaling, hoe die versnelt wanneer ik bij haar ben. Ik ruik de geur uit haar mond dicht bij de mijne. Ik geniet ervan hoe die verandert wanneer ze steeds sneller ademt.

Les één : haal diep adem en adem rustig uit (tweemaal zo lang) en geef je lichaam de tijd om te zijn.

Zwaarte is mijn derde, en misschien wel mijn belangrijkste fout.

v

Ik sta weer op en kijk door het raam naar de tuin. Het is zomer en alles bloeit. In mijn opdracht en in haar afwezigheid houdt een tuinman de planten mooi. Het is een mooie tuin, en nu de zon schijnt weet ik dat hij haar mist.

Alles wat hier leeft, heeft zij aangeplant. De wortels aangeraakt, met haar bezorgdheid verwend. Niets staat hier zo maar. Alles hier heeft een reden die zij en de planten alleen kennen.

De tuin wacht op haar, zoals zij op de tuin wachtte tijdens de winter.

Zij wist hoe de tuin aan te pakken. Zij wist wat ze wou, en hoe dat te bereiken. Zij kende de principes van orde en structuur, en hoe de wereld samen te houden.

Ik weet niets van die dingen.

Onwetendheid is mijn laatste fout.

Advertenties

2 gedachtes over “Restafval

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s