Vuurtorens


Lopen doe ik het liefst alleen, dan kan ik het de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste lichamelijkheid laten zijn. En winnen natuurlijk. De aandacht gaat naar binnen, tast een knie af, een achillespees, een heup – hoe ver draagt het nog, hoe ver verwijderd is het heilige doel? Lopen sloopt je lichaam meter per meter. Daar heb je eigenlijk geen getuigen bij nodig, maar af en toe laat ik me toch verleiden tot de massa. Antwerpen’s ten miles, en omdat grenzen er nu eenmaal zijn om te worden verlegd, nu de Brusselse halve marathon.

Het is natuurlijk een beetje idioot, zo’n afstand. Alsof Pheidippedes destijds halverwege Marathon en Athene er de brui aan zou geven, om op een terrasje een fles harswijn te bestellen. Maar voor mij is het een uitdaging.

De grandeur van de hoofdstad is het decor. Jubelpark, Wetstraat, Louisalaan, Terkamerenbos, en aankomst op de Grote Markt. De hele route netjes in kilometers gehakt, kwestie van de stijgende wanhoop in de benen af te stemmen op de steeds verbetener vastberadenheid van het hoofd. Voorbij de ambassades en de bocht van Hertoginnedal heb je het mooiste zicht. De Tervurenlaan. Met zijn behoorlijk stijgingspercentage de schrik van ongetrainde kuiten.  In de verte blinkt de triomfboog van het Jubelpark je al tegemoet. Die naam alleen al, Jubelpark! – ten tijde van Leopold II betekende het wat anders, maar nu kon ze niet beter zijn gekozen.

Een merkwaardig, vuurtorenvormig bloedspoor op des schrijvers knie, 10 miles 2013, Antwerpen
Een merkwaardig, vuurtorenvormig bloedspoor op des schrijvers knie, 10 miles 2013, Antwerpen

Er staan paarden bovenop die boog, merk je als je eindelijk dichterbij komt. Een vuurtoren met paarden, een runners high sluit blijkbaar niets uit. En een vuurtoren is natuurlijk een erg vreemd ding. Van op zee toont het je de weg naar de veilige haven, maar het waarschuwt je net zozeer voor de gevaarlijke kliffen aan de kust. Hij geeft hoop, en waarschuwt op hetzelfde moment.  En ook aan land staan ze, per definitie, ergens in de marge.  Ze zijn nooit waar jij uiteindelijk moet zijn – en geheel getrouw aan die definitie ligt de eindmeet van de halve marathon nog een eind verder.

Vuurtorens prikkelen de verbeelding, want je kan ze makkelijk beladen met elke betekenis die je maar wil, van vulgair tot verheven en alles daar tussenin.  Voor Edward Hopper, die er wel wat heeft geschilderd, gaat het over ‘the solitary individual stoically facing the onslaught of change in an industrial society’. Nou. In de literatuur is er natuurlijk Virginia Woolfs ‘To the Lighthouse’, maar dat kon ik me al lopend niet zo makkelijk meer voor de geest brengen.

‘The lighthousekeeper’ daarentegen, van Jeannette Winterson, dat zei me nog  wel iets.  Een citaat:

“Tell me a story, Pew.

What kind of story, child?
A story with a happy ending.
There’s no such thing in all the world.
As a happy ending?
As an ending.”

Gelukkig dat ik het citaat niet uit het hoofd kende, want voor een loper op het einde van zijn krachten was die ‘no such thing as en ending’ er over geweest.   Jeanette Winterson doet in deze roman een beetje te hard haar best om alles te zeggen in zo weinig mogelijk tekst, maar wat ze eigenlijk bedoelt is dit: er is geen begin, en geen einde.  Tijd loopt niet lineair van geboorte naar dood. Wat straks gebeurt, heeft een echo in het verleden. En alles is een cirkel. En in het midden staat – altijd – een liefdesverhaal.

Het is het tijdsbesef van onze landbouwers/voorouders, seizoen volgt seizoen, elk jaar opnieuw. En het voortschrijden van tijd heeft niks te maken met vooruitgang.  Alles komt immers altijd terug, omdat het er ook altijd al geweest is. Vooruitgang bestaat enkel  voor kapitalisten die een obsessie hebben met groei. Klein is toch ook fijn? En dan passeer je die triomfboog, en inderdaad. Het is nog een helletocht tot aan de Grote Markt.

Gelukkig maakt lopen endorfines aan.

Op de terugweg, in de auto, speelt mijn iPod dit prachtige liedje van The Villagers, My Lighthouse:

And we’ll drink to the gentle, the meek and the kind
And the funny little flaws in this earthly design

Funny little flaws, zoals een jubelend park in het midden van de stad, met Brabantse paarden als vuurtoren, en de overmatige productie van melkzuur.

Advertenties

4 gedachtes over “Vuurtorens

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s