De bijgekleurd Roland Barthes Memorial


Jarenlang heb ik niet aan Roland Barthes gedacht.

Dat is op zich niet abnormaal, er zijn wel meer dode Franse filosofen niet bepaald top of mind. Maar plots duikt hij weer overal op.  Eerst als mijn argeloze antwoord op de vraag van een vriendin naar wie, way back then, het intellectuele vuur in me heeft opgepookt. Dan had Les Petits Papiers een uitgave van zijn Mythologies voor me gereserveerd, en zie, twee weken later zit ik in het station van Berchem op de  trein te wachten, slaat er toch niet een meisje een beduimeld exemplaar van diezelfde Mythologies open zeker?  Genoeg toeval om de werkelijkheid een beetje bij te kleuren.

Voor wie niet zo vertrouwd is met Roland Barthes, hij is één van de grote namen uit het structuralisme en de semiotiek – of, het is aan hem en die stroming te danken dat wij vandaag vlot jongleren tussen letterlijke betekenissen van woorden en beelden en hun niet zo letterlijke betekenissen, als beeld, als symbool, als bewuste of onbewuste uitdrukking van een maatschappelijke realiteit of een politieke mening of als …

Vandaag is het vanzelfsprekend dat niets is wat het lijkt, maar in de jaren vijftig en zestig was dat nog een echte ontdekking.

Leuk en inspirerend, en een handig middeltje om de kwade machten bourgeoisie en geld te ontmaskeren.  En daarna ging de reclamewereld met dat inzicht aan de haal.  Toch sterk, hoe het kapitalisme erin slaagt alle links geboren ideeën te recupereren.

Maar terug naar de Mythologies,  een verzameling  voorbeelden van zo’n stucturalistische analyses.  De eerste is één van de bekendste, en gaat over catch.   Catch, zal u vragen, wat was dat nu ook al weer?  Wel, dat is een bizarre mix van worstelen en theater (in Barthes tijd zag het er zo uit, nu is het allemaal nog wat meer opgeblazen – de shows, net als de worstelaars zelf).  Met sport heeft het niks te maken, al sinds de jaren ’50 niet, maar wel met Commedia del’Arte, antiek Grieks theater en de uitbeelding van de Eeuwige Strijd tussen Goed en Kwaad.

Barthes’ tekst is geen simpele kost, met zijn gedetailleerde ontleding van de maskers, grepen en bewegingen, en de vaste scenario’s die worden uitgespeeld – alsof iemand niet alleen de pointe van een mop uitlegt, maar ook de cliché’s duidt waarop de humor is gebaseerd en de historische evolutie daarvan, en …  Soit, ik heb er zelf dus ook flink mee zitten worstelen, tot ik vanuit de tribunes bij de Belgacom Memorial Van Damme de bekende televisie presentator Kobe Ilsen in het vizier kreeg.   Ik zat niet te kijken naar een sportevenement.  Ik werd geëntertaind.

Een hele serie atletiek proeven was al de revue gepasseerd.  Ze zijn gelukkig simpel om te begrijpen –  wedstrijdjes snel, hoog, en ver –  maar  echt spannend zijn ze niet als je techniek noch deelnemers kent.  De aantrekkingskracht van zo’n evenement moet dus elders liggen.  Maar dan wordt de 100 meter sprint aangekondigd.   Dat nummer heeft werkelijk alles.  Het past net binnen onze span of attention, de deelnemers zien er  fantastisch uit, en de enige atleet die werkelijk iedereen kent, doet eraan mee: Usain Bolt.  Lightning Bolt.

Te snel voor de camera
Te snel voor de camera

De snelste zijn is niet genoeg,  nee,  je moet jezelf omturnen tot een personage.  In dit geval een combinatie van Zeus (de bliksemschicht) en Ares (de snelste, en de grote overwinnaar).   En dan word je gevierd, en geïnterviewd door Kobe Ilsen – de ultieme erkenning van je rol als entertainer.   Barthes zou ijverig zitten noteren, en de avond als geheel decoderen (en al doende een antwoord geven op de vraag waarom quasi niemand in het publiek zich ook maar iets aantrekt van al dan niet dopinggebruik bij de entertainers).

Wie interviewde Ilsen verder nog?  Helemaal niemand, behalve een verdwaalde Borlée, in België de enige andere atletieknaam die veel bellen doet rinkelen. Dat was pijnlijk,  want door een foutje in de regie was een bebaarde Engelsman alle Borlée’s te snel af geweest in de 400 meter.  Vader Borlée ontplofte aan de zijkant in een vuurspuwende colère, waarin hij alle sportministers van België, alle sportbonzen ter wereld, alle sponsors, en in één moeite door het kapitalisme en het communisme verweet niet meer van sport te kennen dan Jan met de bijgekleurde pet, niets dus, en dat hij zijn nageslacht voortaan zou verbieden nog een spike op die onwaardige Belgische bodem te zetten.

Ik meende in het afsluitende vuurwerk, het echte hoogtepunt van de avond, zijn gezicht te herkennen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s