Jazz kids


De grootmeesters van de jazz zijn niet bepaald jong. John Zorn vierde in Gent een ganse dag zijn 60ste verjaardag, maar de leeftijd was hem niet aan te zien: hij sprong de hele dag energiek rond in zijn combat boots, camouflagebroek en hoodie. En Charles Lloyd gaf een fantastisch concert op Jazz Middelheim – hij is er 75. Lloyd schuifelt wel wat voorzichtig over het podium in een oude, grijze vest, vissershoedje op, af en toe zichtbaar vermoeid. Maar de muziek is fantastisch.

Jazz vraagt levenslange toewijding, zo lijkt het. Niet dat alle oude jazz diva’s zo geweldig zijn – ook zij zeuren vaak een eind weg en vallen terug op formules. Formules die de zes kerels die in een tuin van een kunstgalerij het beste van zichzelf stonden te geven, ook kenden. Zij daarentegen, zij waren jong. Tussen twaalf en vijftien, schat ik zo.

The kids are allright
The kids are allright

De drummer was uiterst geconcentreerd, de bassist had wat moeite om zijn patronen met gezag neer te leggen, en de pianist leek – ook al was hij de jongste – af en toe wat verveeld met zijn beperkte rol in de ritmesectie van het sextet. Met hun drieën legden ze de basis waarop de drie anderen netjes konden soleren. De saxofonist was übercool, de schuiftrombonist had een lekkere slide in zijn solo’s en de trompettist probeerde al een beetje buiten de lijntjes te kleuren. Allemaal net echt.

We waren in Marciac, een dorp van twee keer niks, dat van het organiseren van een jaarlijks jazzfestival zijn raison d’être heeft gemaakt. Gedurende een goeie twee weken leeft het op het ritme van het festival. Er staat een grote tent waar de mainstream sterren optreden (denk aan Diane Krall, Gilberto Gil), er is een zaal voor de puristen (Dave Douglass trad er dit jaar op), maar er is vooral heel veel te doen in het dorp zelf.

Op het centrale plein brengen Franse jazzcats hun versie van Coltrane klassiekers gratis ten gehore, en al wat in de verre omgeving een eet of drinkbaar landbouwproduct maakt, biedt dat aan de argeloze voorbijganger als proefje aan.

Jazzliefhebbers, hoedje tegen de zon en gehuld in een veel te groot t-shirt met opschrift ‘yes, I am having a good day’, slenteren door het dorp, een combiverpakking streekproducten in de handen, en nemen een pauze op één van de terrassen of in één van de vele kunstgalerijen die het dorpje rijk is. En het is daar dat we werden verrast door het jonge sextet.

De kunst was er trouwens ook lang niet slecht, en op slag won het festival aan sympathie. Het was niet zomaar een manier om toeristen te pluimen, nee, het dorp leefde er een heel jaar naar toe, kosten noch moeite werden gespaard om het de bezoeker naar de zin te maken – en iemand zorgde ervoor dat jazz jong bleef

Die iemand is de directeur van het plaatselijke college, annex burgemeester, annex regionaal afgevaardigde van het dorp. Dat is hij allemaal geworden door de liefde voor jazz, en door in een dronken bui een New Orleans honky tonk jazzbandje uit te nodigen. Soms is een held worden zo eenvoudig – en ook helemaal ok: het standbeeld in het dorp is niet van hem, maar van Wynton Marsalis, de godfather van het festival. Nota bene het tweede standbeeld van een zwarte medemens in Frankrijk.

Bedreigd met uitsterven heeft hij van het plaatselijke college een jazzcollege gemaakt. Leerlingen vanuit heel Frankrijk komen er naartoe, en hebben naast hun gewone lessen veel tijd en ruimte voor jazz. Op internaat in een dorp, dat betekent dat er dus wat vrije tijd moet worden ingevuld. En alleen al daarom ben ik jaloers dat ik er nooit geweest ben. De website beschrijft het zo: Sur ces temps libres, les élèves ont le choix de lire, de travailler, de jouer (en extérieur dans le parc aux beaux jours), de poursuivre l’apprentissage de certains instruments ou de s’ennuyer (l’ennui étant une activité qui a ses vertus).
Een school die erkent dat verveling een deugd kan zijn …

De zes traden gedurende de twee weken elke dag wel ergens op – een grote tournee in eigen dorp. Met mogelijk sterren in het publiek. Ontdekt worden. Het leven leiden van de grote muzikanten, optredens op de vijf continenten. Always on the road. En tussendoor natuurlijk in de studio, samenwerken met de grote namen, of met je eigen band. Het resultaat van jaren hard werken en zich vervelen op school. Om dan oud te worden, en te schuifelen op het podium.

Het heeft iets onoverkomelijk, zo’n talent. De manier waarop de trompettist zijn collega’s aanstuurde – handgebaren die aandrongen op wat meer swing, dan een solo voor de trombone, en die laatste solo, doen we die samen, de drummer en ik? Het knikje van Charles Lloyd, de vingerbewegingen van John Zorn, er is niet echt een verschil.

Pure noodzaak is het, te kiezen heb je niks. De jonge trompettist zal, net als de vijf anderen in de band, zonder twijfel heel zijn leven met muziek bezig zijn – maar ooit valt het muntstuk op een kant: leef je je talent, zoals John Zorn of Charles Lloyd, of leef je een leven, en geef je je talent een plaatsje in de marge – zoals al die entoesiaste amateurmuzikanten in de wereld.

Het gaat dan over kunnen, en over willen. Niet makkelijk uit elkaar te houden wanneer je jong bent. En als je de verkeerde weg kiest, dan knaagt het verder voor altijd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s